woensdag, juli 02, 2008

Spotty

Spotty is dood.

(Even tijd voor een plechtige stilte)

Nu hecht ik me niet zo gauw aan vissen. Bij mij moet een dier toch minstens een vacht hebben en op vier poten staan voordat hij op mijn warme belangstelling kan rekenen, maar Spotty was een geval apart. Dat werd ie voornamelijk omdat K. hem een naam gaf.
Na deze gespikkelde vis werden overigens nog vier vissen voorzien van een naam (John, Paul, George en Ringo) maar waarschijnlijk is zij de enige die dit viertal kan identificeren. Voor mij zijn het allemaal goudvissen. De ene met wat meer spikkels dan de andere.
Toch was Spotty anders. We hebben wat afgelachen met hem. Elke keer als we de stinkende vlokken vissenvoer in het water strooiden was ie er als de kippen bij. Net als zijn andere geschubde vriendjes trouwens. Het verschil was dat Spotty als enige zijn lippen niet om de vlokken heen kreeg. Waar alle anderen een feestmaal hadden, duwde ons vriendje de vlokken met zijn platte neus voor zich uit. Af en toe vertwijfeld happend als een kind naar een stuk ontbijtkoek aan een touwtje. Erg grappig vonden wij die duwboot act. Totdat Spotty opeens gevaarlijk slagzij begon te maken. Lusteloos hing ie als een verroeste Russische duikboot tegen de betonnen kant van ons vijvertje. “Wat moeten we doen?”, riep K. af en toe in halve paniek. Niets leek te helpen. Zelfs hardnekkige pogingen van mijn lieve echtgenote om Spotty de vieze vlokken tussen duim en wijsvinger in zijn o-mondje te stoppen liepen op niets uit.
Toen we uiteindelijk van L., een tienermeisje dat bij ons op bezoek was, tips kregen hoe we het beestje op humane wijze uit z’n lijden konden verlossen (door hem in een plastic zak in de vriezer te stoppen), wisten we dat hij het niet lang meer zou maken.
De volgende ochtend kwam ie naar boven drijven. Ik gaf hem, met K. aan mijn zijde, een humaan zeemansgraf, door hem vanuit een slabak met een wijde boog in de sloot achter ons huis te gooien.
Daar is ie nu, sleeping with the fishes.
Vaarwel Spotty.

Labels:

zaterdag, juni 28, 2008

Langs de meetlat.

“Ben ik eigenlijk wel een Esquire man?”, vroeg ik me af toen ik het nieuwste nummer van dit blad doornam in de trein. Op de cover stond Jessica Simpson afgebeeld. Ze stond onder de douche in een vleeskleurige jurk en ze had het koud, dat was duidelijk te zien. De Esquire man houdt blijkbaar van domme bimbo’s, als ze maar op een stijlvolle manier gefotografeerd worden. Ook heeft hij brede kaken en draagt hij een kek jasje met sokken in een bijpassende kleur. Zo matchy-match dat de Panorama man in zijn driekwart korte broek en shirt-met-een-biermerk-erop, vertwijfeld zou uitroepen: “Je bent toch geen wijf, man?!”.
Voor de rest scoort hij zijn punten op de Mannenmeetlat van Esquire’s Vanessa Oostijen, die op het plaatje bij het artikel de betreffende meetlat met beide handen stevig beet houdt en er uitziet als Vrouwtje Theelepel die klaar staat om met een ferme sprong in je broek te belanden om de lengte van je jongeheer te meten. Eng.
Maar hoe kan je punten scoren op de Mannenmeetlat? Door de volgende vragen te beantwoorden:

1. Heb je ooit een berg beklommen?
Alleen met de auto (levert vast geen punten op. Cumulatieve puntentelling: 0)
2. Heb je wel eens een bejaarde dame geholpen met oversteken?
Vast wel, maar ik kan het me eigenlijk niet meer herinneren. Spreekt dat dan niet voor me, dat ik dit soort dingen doe en vervolgens weer vergeet? Alsof het de normaalste zaak van de wereld is? (Niet lullen. Nog steeds 0 punten.)
3. Knip je je neusharen?
In opdracht van mijn vrouw. Ja dus. (1 punt!)
4. Heb je ooit een vliegtuig bestuurd?
Nee, maar al wel 8 keer in een vliegtuig gezeten. Vrouwtje Theelepel sais no. (Nog steeds 1 punt.)
5. Nat of droog scheren?
Nat, sinds jaar en dag. Van mijn vader geleerd. (1 punt erbij. Al 2 punten!)
6. Heb je ooit een weddenschap van meer dan duizend euro afgesloten?
Ben je gek? Ik ken trouwens ook geen mensen die zomaar duizend euro zouden willen inzetten. (Niets mee te maken. 0 pt erbij.)
7. Heb je wel eens een vrouw uit een brandend huis gered?
Hebben we daar geen professionele brandweerlieden voor? Daarbij, waarom levert alleen de vrouw punten op. Is het redden van kinderen niet veel nobeler? (Vrouwtje Theelepel vind van niet. 0 punten mietje)
8. Heb je ooit triosex gehad?
Nee, maar wel eens van gedroomd. Ik was fantastisch! (Toch geen punten erbij)
9. Heb je alle continenten bezocht?
Nee, maar aan het eind van het jaar bezoek ik mijn tweede. (Dit gaat er puntsgewijs was treurig uitzien.)
10. Heb je ooit een pak op maat laten maken?
Nee, maar ik heb wel eens 4 broeken voor 70 euro aangeschaft bij C&A. (Daar zou Mevrouw Esquire graag punten voor aftrekken, ware het niet dat ik nog bijna geen punten heb)
11. Ben je zelf ooit de baas geweest?
Jazeker. Van mijn eigen bedrijf Lay Out Producties. Gespecialiseerd in geboortekaartjes en strips. Inmiddels al geruime tijd ter ziele. (1 punt erbij. 3 totaal)
12. Heb je ooit armpje gedrukt in het café.
Nee, in zulke café’s kom ik niet. In mijn voormalige favoriete café kon je wel meedoen aan een Triviant competitie. (zucht..)
13. Heb je ooit meer gedaan voor een goed doel dan alleen maar geld overmaken?
Jawel, ik heb zeker twee keer geld opgehaald voor de Geestelijk Gehandicapten (hoewel ik eigenlijk vond dat die het, vergeleken met kindertjes uit Ethiopië best wel goed hadden en ik me daardoor afvroeg of ik het geld niet beter kon overmaken naar de derde wereld) en 1 keer voor stichting Simavi. (Goed voor een punt. 4 in totaal)
14. Ben je ooit hopeloos verliefd geweest?
Alleen maar. Mijn zicht werd op de HAVO voortdurend belemmerd door rondfladderende vlinders. Niet dat ik ooit in actie kwam, maar dat werd hier niet gevraagd. (Vooruit, een punt. 5 alweer)
15. Heb je ooit een volle baard laten staan?
Niet echt. Wel een halfvolle, die ik er na drie weken in Griekenland door een plaatselijke barbier weer liet afscheren. (Een halve punt, en nog een halve extra omdat ik de moed heb gehad om de door een Griekse barbier te laten scheren. Totaal: 6)
16. Heb je ooit een vis gevangen?
Jawel. Een voorntje en ook een keer een heel klein palinkje. Verder ook heel veel garnalen die we dan op vakantie zelf kookten en pelden. (Weer een punt. Totaal: 7. Dit begint zowaar ergens op te lijken)
17. Heb je ooit in een Ferrari gereden?
Nee, Ferrari’s vind ik lelijk. (Zo wordt je natuurlijk nooit een Esquire man. 0 Punten)
18. Heb je Kees de Jongen gelezen?
Ja! Heb daarna nog weken in de zwembadpas gelopen (Puntje erbij. Totaal 8)
19. Heb je ooit een doelpunt gemaakt?
Ja, regelmatig. Voetballen op een veldje in de buurt. Nooit op voetbal gezeten trouwens, wat me wel spijt. Wel jaren pianoles gehad. (We gaan de goeie kant op. 9 punten totaal)
20a. Heb je ooit de liefde bedreven met een buitenlandse vrouw?
Ik doe niets anders. (Scoort weer lekker. 10 totaal nu.)
20b. Heb je ooit de liefde bedreven met een buitenlandse vrouw en haar vriendin?
Zie antwoord 8.
21. Heb je ooit een hond gehad?
Echte mannen nemen een poes (no pun intended)
22. Kun je zelf een knoop aan je jas naaien?
Ja natuurlijk. Als je maar lang genoeg vrijgezel bent, kun je op de duur alles zelf. (11 punten)
23. Heb je ooit een penisverlenging overwogen?
Aan mijn lijf geen polonaise. Ik vond amandelen knippen al erg genoeg.
24. Heb je ooit gezoend met een topmodel of een celebrity?
Nee, zoenen die lekkerder dan?
25. Heb je ooit een gedicht of een haiku geschreven?
Ja, vorige week nog. Een geweldig afscheidslied voor een collega op de wijs van “Heb je even voor mij”. Dat lied heeft nog dagenlang in mijn hoofd gehangen.

Totaalscore: 12 punten. Ik ben dus een halve Esquire man.
Eigenlijk voel ik me redelijk genaaid. Altijd werd me gezegd dat je pas in het leger een man wordt. Ik dus een jaar in dienst van het vaderland geweest, krijg je daar van Esquire geen enkele punt voor.
Misschien scoor ik beter langs de feministische meetlat van Ciska Dresselhuis.

Labels:

maandag, mei 26, 2008

Elite beat agents are GO!

Af en toe probeer ik me te herinneren hoe het leven van mijn ouders er uit zag, toen ze dezelfde leeftijd als mij hadden. Anders, dat is een feit en nogal een understatement. Op zijn eenenveertigste was mijn vader gepromoveerd tot directeur van een basisschool en mijn moeder was net bevallen van haar zevende kind. Als ik mezelf in mijn gedachten eventjes in deze positie plaats (drukke kinderen tijdens het werk en nog meer drukke kinderen als je s’avonds thuis kom) voel ik een urgente behoefte om even in een zakje te gaan ademen. Hoe deden ze dat en nog belangrijker, hoe kregen ze dat voor elkaar zonder een jaarlijkse burnout?
Ook interessant is de vraag waarom deze genen, die de behoefte in de grijze massa van mijn ouders hebben aangewakkerd om tot zeven maal toe nageslacht op deze aardbol te zetten, bij mij tot nu toe geschitterd hebben door totale afwezigheid? Slaat dat een generatie over? Aan mijn broer en zussen te zien niet.
26 Mei 1979, de dag van vandaag, maar dan negenentwintig jaar geleden toen mijn vader 41 was kwam hij waarschijnlijk om half 6 thuis na een drukke werkdag, gaf mijn moeder een kus en schoof aan tafel voor aardappels, bietjes en een speklapje. Tijdens het eten discussieerde hij met mij en mijn oudere zus over de vraag waarom we eigenlijk niet naar de bioscoop mochten, luisterde nog even naar het gekibbel van de twee jongere kinderen bij de afwas en ging daarna naar zijn slaapkamer, om even voor een uurtje zijn ogen dicht te doen, want om 8 uur wilde hij nog even naar school, om wat voor te bereiden voor de volgende dag. Half twaalf was ie dan weer thuis. Precies op tijd om tussen de lakens te schuiven.
26 Mei 2008. Ik ben ook 41 en ben de hele dag vrij geweest dankzij mijn 36 urige werkweek. Natuurlijk heb ik vandaag niet stil gezeten. Heb lekker door het huis gekeuteld. Beetje schoongemaakt, muziekje geluisterd en op het eind van de dag een half uurtje door het bos gerend. Nu schrijf ik nog even een stukje en wat ik daarna ga doen weet ik nog niet precies. Een klein welness moment in het bubbelbad of toch nog even een potje Elite Beat Agents? (Een belachelijk Nintendo Ds spel van K. met de verslavende werking van een crackpijp)
Verzaak ik mijn plicht? Loop ik de kantjes er van af? Had ik mijn genen door moeten geven aan een volgende generatie. Had mijn voetafdruk die ik achterlaat in dit leven dieper moeten zijn?
Volgende week maar eens kijken op de open dag van een deeltijdopleiding. Voor een nieuwe dosis zingeving aan mijn leven. (Of zoiets)

Labels: ,

dinsdag, mei 13, 2008

Woordje

Er zijn van die woorden, waarvan de betekenis devalueert waar je bij staat. Met de kwalificatie “geweldig” of “ fantastisch” hoef je bijvoorbeeld niet meer aan te komen, want het heeft nog maar weinig impact. Tenzij je een tegelhandel hebt en je moet een partijtje overjarige plavuizen kwijt, in de kleuren bruin en oranje of zo, iets dat in de jaren zeventig modern was. Dan kan je het in je folder hebben over je “ fantastische” uitverkoop, zodat iedereen het krantje, samen met de andere snail spam gewoon kan negeren en het zo snel mogelijk bij het oud papier kan gooien.
Je hebt ook woorden en uitdrukkingen die opeens gepromoveerd zijn naar de eredivisie, die plotseling een sterkere gevoelswaarde hebben gekregen. Zo zat ik laatst op mijn campingstoeltje achter in onze tuin, bij de sloot voorbijgangers af te luisteren. Eigenlijk kon ik het niet goed horen en ving ik alleen maar flarden van zinnen op. Een jonge vrouw, die samen met wat familie of vrienden, via de voordeur van het huis aan de overkant van de straat naar buiten kwam lopen, kondigde met een veelbetekenende blik op haar gezicht aan dat ze een “nieuwtje” had.
Nu was een nieuwtje in het verleden volgens mij nog gewoon een nietszeggend feitje. Een onbetekenende roddel over de vriend van een achterneef, en daar dan weer de zus van. Die had dan Marco Borsato een hand gegeven of zoiets. Een mededeling dus, die meteen in het mentale vierkante archief kon. Delete en daarna de prullenbak legen.
Tegenwoordig schrik ik altijd een beetje als er iemand met een “nieuwtje” komt en zeker als de persoon in kwestie daarbij even nadrukkelijk plaats neemt op de dichtstbijzijnde stoel. Want wat volgt is dan meestal geen mededeling over de stofwisseling van prins Willem Alexander, of de verstandskiezen van Danny de Munck die er uit moeten. Nee, meestal is het zo belangrijk, iets dat zo stevig de knuppel in het hoenderhok gooit, dat er de verdere dag over gepraat zal worden. Iemand wil bijvoorbeeld graag even kwijt dat ze zwanger is, of gaat trouwen, of (de favoriet bij ons op het werk, want inmiddels al 6 keer gebeurd) dat ze een andere baan heeft gevonden en het bedrijf zal gaan verlaten.
Het begrip “ nieuwtje”, een verkleinwoord dat iets onbetekenends impliceert, dekt dus niet helemaal meer de lading. Ik stel dus voor dat we voor dit soort mededelingen een ander woord verzinnen. Heeft er iemand een idee?

Labels: ,

donderdag, april 24, 2008

Bosje bloemen

Nog last gehad van flippo’s in je nieuwe huis Ary? Dat is een goede vraag. Zo eentje die op een willekeurige dag in onze oude wijk een stortvloed van ergernissen kon oprakelen. Daar waren de kinderen brutaal, gemeen, blaften bevelen naar hun ouders en schopten ze zelfs tegen hun schenen als ze dat zo uitkwam. Vroeger in mijn tijd (ja opa) groeide daar nog je handje van boven je graf, maar tegenwoordig hebben kinderen daar maling aan.
Het grut in Zwolle Zuid lijkt uit een heel ander soort hout gesneden te zijn. De kinderen van de buren zijn zelfs beleefd, vriendelijk en kennen na 1 keer voorstellen zelfs mijn naam. Iets dat ik hen niet na doe, ik geef ze nog steeds nummers. Met kind 4, de jongste had ik eergisteren nog een normaal gesprek, over sport. Hij zat op zwemles en had net zijn groene bandje gehaald. Interessant natuurlijk, voor 5 minuten dan, maar dat was verbazingwekkend genoeg ook precies het moment waarop hij zich verontschuldigde, het gesprek beëindigde en zich weer bij kind nummer 3, zijn oudere zusje voegde.
Deze kinderen waren vast genetisch gemanipuleerd, of op een bepaalde manier in een reageerbuis gekweekt met superieure genen, want zo beleefd was ik ze nog niet tegen gekomen.
Toch leek het laatst een keer mis te gaan. Kinderen van een straatje verder waren bij ons aan het belletje trekken. Ik opende de deur en keek verbaasd om me heen. Niemand aanwezig. De buurman, aan het autowassen, schudde lachend zijn hoofd en ik leek even te figureren in een Dik Trom boek. Nog even en de veldwachter kwam om de hoek zetten om de kwajongens een oorvijg te geven. Dit was niets vergeleken bij de peuken of het vuurwerk, die in ons vorige huis nog wel eens door pukkelige pubers over de schutting werd gegooid.
Maar toen vandaag de deurbel weer eens nodeloos ingedrukt leek te worden en ik kinderschimmen door het matte glas van de voordeur zag was het even genoeg. Ik deed snel de voordeur open, klaar om er eentje aan z’n oren te trekken. Tot mijn verbazing stonden er drie kleuters met grote Bambi ogen voor mijn neus. Een daarvan had een boeketje bloemen in haar hand. “Wilt u een bosje bloemen meneer?” Ik keek naar de treurige tulp en de verlepte narcis in haar rechterknuist en de tranen sprongen me bijna in de ogen. Wát een aardige flippo’s! Ik beloofde de bloemen in het water te zetten en ze goed te verzorgen. Ontroerd zwaaide ik de kinderen uit en verbaasde me nogmaals over hun goede manieren totdat ik eens goed naar de bloemen keek. Dat waren geen wilde bloemen, die waren gewoon uit iemands voortuintje geplukt! Waren deze kinderen wel zo lief? Laat ik ze vooralsnog maar even het voordeel van de twijfel geven. Buurman Bolderbast uithangen kan altijd nog.

Labels:

dinsdag, maart 11, 2008

"Cats are your kids"

“Cats are your kids”, was het mantra van een van de bewoners van de psychiatrische kliniek waar K. back in the States werkte. Dag in, dag uit herhaalde ze haar statement. Natuurlijk spreken gekken de waarheid, maar toch merk ik dat ik me verzet tegen het idee. Wij (K & ik) zijn geen stel dat hun, overigens volkomen vrijwillig verkozen, kinderloosheid opvult met huisdieren.
Daarbij is een dier geen mens. Ik kan bijvoorbeeld wel denken dat Tricky op haar naam reageert als ik haar roep, maar het enige wat ze volgens mij hoort zijn de klinkers, de “i” en de “y”. Als ik roep: “Hee Pikkie!” draait ze haar hoofd ook in mijn richting. Daar kan ze niets aan doen, want haar hersens zijn even groot als een mandarijntje, dus moet ze zuinig zijn met de grijze cellen. Daarom ziet ze zwart/wit en hoort ze alleen maar klinkers. De rest is maar franje.
Ondanks haar gebrek aan hersens hou ik toch van mijn kat. Misschien niet zoveel als van K., mijn familie of vrienden, maar toch genoeg om even een wee gevoel in mijn maag te krijgen als ik haar af moet zetten bij de dierenarts. Op de weg terug van deze vriendelijke man, waar ons katje gisteren onder narcose moest voor een kleine ingreep dacht ik onwillekeurig even terug aan die keer dat ik vijf was en dat ik zelf met mijn rugzakje op de pont naar het ziekenhuis van Sluiskil stond. Daar zouden mijn amandelen er uit gehaald worden. Mijn moeder zette me af bij de ingang en ik voelde me alleen en verlaten.
Nu weet ik weinig over het gevoelsleven van een kat, maar met die paar hersencellen in dat kleine koppie kan dat niet echt gecompliceerd zijn. Toch projecteerde ik, toen ik Tricky weer afhaalde, voor het gemak het gevoel van dat kleine jongetje op onze poes en moest ik even wat wegslikken toen ik haar grote ogen zag. Ze keken me bang en verward aan. Compleet de weg kwijt zakte ze thuis door haar pootjes en liep met haar buik over de grond rondjes om de bank.
Zielig! Het duurde tot de volgende ochtend dat ze weer een beetje de oude was en weer zachtjes begon te spinnen.
(Okay, nu de traantjes zijn weg gepinkt, moet ik toegeven dat we, toen het wat beter ging ook af en toe erg moesten lachen, als ze bij het bochten nemen als een dronken matroos op haar kont viel.)

Labels:

donderdag, februari 21, 2008

Dwangneurose

In het oude huis, toen we nog niet gezegend waren met een keramische kookplaat, had ik altijd de dwangneurotische neiging om voor het naar bed gaan nog even te controleren of het gas misschien nog aan stond. Verstandig, zullen sommigen zeggen, maar obsessief wordt het als je het niet 1, maar 2 keer moet doen. Zo kon ik na de eerste keer controleren naar de w.c. gaan en me daarna afvragen of ik het wel goed gezien had. Stonden alle nulletjes op de knoppen van het fornuis wel naar boven? Ik kon het niet helpen om nog een keer te kijken. Gelukkig stonden ze altijd goed en werd elke dag weer duidelijk dat ik degene was die last had van gekte en dat het gevaar dat ik vreesde er nooit was geweest. Zo werd ik dagelijks gerust gesteld door de eigen kronkel in mijn hoofd, iets waar ik nog altijd beter mee kon omgaan dan een huis dat op het punt van exploderen stond.
Verwarrender wordt het, als je weer eens toegeeft aan je neurose, vervolgens checkt wat je checken wil en dat je tot de conclusie moet komen dat er daadwerkelijk gevaar dreigde.
Zo mailde K. (die af en toe ook last heeft van dit obsessieve gedrag) me vandaag vanaf haar werk, dat ze vergeten was te controleren of de strijkbout nog aan stond. Echt zeker wist ze het niet, maar er was een grote kans dat de strijkbout al een uur stond te gloeien in onze technische ruimte. Nu kan dat op zich niet zoveel kwaad. Maar wat als onze kat Tricky eens op de strijkplank zou springen en het driehoekige gevaarte in een plas met water zou vallen? De vonken van de kortsluiting zouden het begin zijn van een alles vernietigende vuurzee die ons pas verworven bezit in de as zou leggen en dat terwijl we nog geeneens lekker in de tuin hadden kunnen zitten. Met dit rampscenario in mijn hoofd, dat overigens weer eens bewees dat ik niet echt technisch ben aangelegd, stapte ik met frisse tegenzin op mijn fiets. Natuurlijk zou er niets aan de hand zijn en de rit naar huis was net zo onzinnig als het voor de tweede keer controleren van de knoppen van het gasfornuis.
Maar wat schetste mijn verbazing? De strijkbout stond inderdaad vrolijk te gloeien. Klaar om een stapeltje stugge corduroy broeken te strijken, of een ingewikkeld plooirokje. Vlug trok ik de stekker uit het stopcontact. Ik keek naar mezelf in de spiegel en begon opeens sterk te twijfelen aan mijn eigen logica. “Alles wat jij denkt te weten over jezelf en de wereld is misschien helemaal niet waar”, mompelde ik tegen mezelf. “Hoewel”, dacht ik verder, “het feit dat deze dwangneurose geen dwangneurose was hoeft natuurlijk niet te zeggen dat alle andere dwangneuroses ook geen dwangneuroses zijn”.
Dus leerde ik vandaag dat het checken van de strijkbout af en toe best zin kan hebben, zelfs als je het twee of drie keer doet. Het scheelt in ieder geval een extra ritje van werk naar huis en terug.

Labels:

woensdag, februari 20, 2008

Op tijd

Na 8 jaar samenwonen ben ik veel wijzer geworden over de vrouw in het algemeen en meer specifiek; hoe ze bijvoorbeeld met problemen om gaat. Waar de man oplossingsgericht is, gedraagt de vrouw zich als een koe met vier magen (no offense). Ze kauwt een half uurtje op het betreffende probleem, klaagt er wat over, legt uit hoe het zou zijn als het euvel vermeden had kunnen worden en geeft daarbij waardevolle tips hoe jij als man bepaalde dingen anders had kunnen doen. Na een half uurtje, als de rust is weder gekeerd boert ze het onder de afwas weer even op, om het vervolgens weer een half uurtje tussen de kiezen te vermalen. Als ik zo om me heen kijk, is K. daarin niet veel anders dan andere vrouwen. Haar favoriete onderwerp is tegenwoordig trouwens de nieuwe Betonlook vloer, hoe we hem mooi moeten houden en vooral wat ik er dan níet mee moet doen (met blote voeten op lopen, of met schoenen. Sokken mag nog net) Verder mag er geen water op de vloer komen en breekt ze al weken haar hoofd over hoe ze de vloer straks moet schoonmaken. (Harde borstel, zachte borstel, Glassex of de speciale Betonlook vloer substantie, die we bij dit vervelende bedrijf voor 50 euro kunnen aanschaffen).
Ben ik veel anders? Ik dacht eigenlijk van wel. Ik had het idee van mezelf dat ik problemen meteen bij kop en kont pak, om ze vervolgens zo snel mogelijk op te lossen. Niets is minder waar. Al dagen lang rijd ik van huis naar mijn werk zonder dat ik enig idee heb hoe laat het is. Ben ik op tijd, of al veel te laat? De kop en kont oplossing zou zijn om een horloge te kopen, maar ergens in mijn vroege puberteit heb ik al besloten dat ik geen horloge type ben. De zweterige bandjes met als gevolg een vervelende rode uitslag op mijn linkerpols zorgden er voor dat mijn eerste exemplaar al gauw op mijn nachtkastje bleef liggen. Een latere poging met een stalen horloge band was al evenmin succesvol. De ijzeren schakels hadden zo’n epilerend effect op mijn harige Esau armen, dat ik af en toe als een Gil de la Tourette patient zonder zichtbare reden om me heen stond te schreeuwen. Een horloge leek voor dus mij geen goed idee.
Maar zonder zo’n uurwerk om mijn pols heb ik nu buiten dus wel een probleem. Zeker als ik s’ochtends, op weg naar mijn werk in alle haast niet meer precies weet hoe laat ik vertrokken ben. Hard fietsen lijkt dan de enige remedie. Gelukkig kom ik onderweg een aantal klokken tegen. De wijzerplaat van de eerste stelt me altijd gerust. Die probeert me namelijk altijd te laten geloven dat het vijf minuten vroeger is dan ik dacht. Dus minder ik mijn vaart en fiets rustig verder totdat een halve kilometer verder de klok van de juwelier me weer in de stress doet schieten. Volgens dat uurwerk is het namelijk opeens tien minuten later. In de eindsprint die ik dan noodgedwongen inzet, zie ik uiteindelijk op de laatste klok dat ik gewoon op tijd ben. Badend in het zweet stap ik dus elke morgen, na een vreemde interval training, de lift in, naar boven.
Toch maar een horloge kopen? Ach nee. Die interval trainingen, zijn die niet juist heel gezond voor je?

Labels:

donderdag, januari 31, 2008

Handje pluggen

Terwijl ik met wat planken onder de armen op weg was naar de Pile-O-Shit die we zorgvuldig op hadden gebouwd uit oude laminaatvloer en wollen berber tapijt, kwam ik onze buurvrouw tegen. Tijd voor een “stop and chat”. Dat was op deze laatste dag in het oude huis toch het minste wat ik kon doen. Per slot van rekening had ik drie en een half jaar naast haar gewoond. De vriendelijke vrouw had de reïncarnatie van Hitler aan haar rechterhand en terwijl buuv’en ik over en weer beleefdheden uitwisselden begon het 5 jarige adderengebroed non-verbale bevelen te geven inde vorm van ferme trappen tegen het scheenbeen van moeder lief. Het feit dat ze orders (“nach hause!”) niet vocaal uitschreeuwde, zoals ze normaal altijd deed, leek er op te wijzen dat er toch nog iets van opvoeding tot haar weke grijze massa was doorgedrongen.
Hoe komen sommige kinderen toch zo verknipt? De caissière van de Gamma (een winkel die ik afgelopen weken frequent bezocht) leek iets van de sluier op te lichten. In een zwakke poging om een klant-met-kind aan zich te binden, trakteerde de kassajuffrouw de koter namelijk op een koekje. Dat was dus twee keer fout. In de eerste plaats omdat kinderen niet overal met koek en snoep gepaaid hoeven te worden en in de tweede plaats omdat dat koekje niets met een bouwmarkt te maken had.
De traktatie in de winkel had vroeger nog een enigszins educatief doel. Wat verkoopt de slager? Worst! (kind krijgt plakje leverworst en leert zo wat deze middenstander aan de man probeert te brengen.) En wat haalt moeder bij de bakker? Brood en koekjes (kind krijgt koekje en voilá, weer wat geleerd). Totdat er een bezoek wordt gebracht aan de bouwmarkt. In plaats van een hand vol schroeven of pluggen worden er weer koekjes uitgedeeld. Kind raakt hopeloos in de war. De winkelwagen ligt vol met powertools en toch krijgt de kleuter weer een koekje. Worden koekjes soms gemaakt met een schuurmachine?
Geen wonder dat kinderen gefrustreerd raken en agressief. Waarom dit koekje bij de Gamma? Een handje veelkleurige pluggen was toch leuk geweest? Die had het kind weer in haar neus kunnen steken met als gevolg een bezoek aan de dokter. Erg leerzaam toch?
Hoewel, ik realiseer me opeens dat dokters vaak poppetjes en lollies uitdelen. Er is geen ontkomen aan. Help de kleuters en trakteer consequent!

Labels:

zaterdag, december 15, 2007

Probleemloze kerst!

En toen was het bijna Kerst. Een feest dat we, net als alle andere eindejaarsfeesten (behalve Thanksgiving) maar eens een keertje overslaan. Die nepkerstboom blijft dus op zolder en de andere dozen met spullen die er staan komen dit jaar naar beneden. Alle troep die we de afgelopen drie jaar niet hebben aangeraakt moet maar eens een keer weg. Met het uitzoeken daarvan zijn we druk genoeg en actief kerst vieren kan volgend jaar wel weer eens een keer.
Toch kan je de kerst niet echt ontlopen. Het is nog maar 15 December en de kerstwensen vliegen je al om de oren. “Fijne kerstdagen!” , “ Gelukkige kerst!” , “ Prettige feestdagen!”. Het doet allemaal een beetje neurotisch aan. De ervaring leert dat geluk en pret moeilijk af te dwingen zijn. Als je jezelf voorneemt om te genieten en plezier te hebben lukt het vaak niet. Denk aan het moment dat je samen met je partner in de stromende regen de tent op moet zetten. Echt prettig is dat niet, terwijl je je toch echt had voorgenomen om alleen maar te genieten.
En al die tegenvallende trouwdagen. Laatst zag ik een hele dr.Phil show met mensen die geen leuke trouwdag hadden gehad. Mensen die diep ongelukkig waren omdat alles toen niet volgens planning liep op de dag die toch de gelukkigste dag van hun leven had moeten zijn! Wanneer heb je nou echt pret, wanneer heb je het nou echt naar je zin? Die momenten komen eigenlijk een beetje uit de lucht vallen en meestal is het niet met Kerst, maar als je bijvoorbeeld spontaan met je vrienden naar de kroeg gaat, of als je met je partner op de woonbeurs rondloopt, of thuis als je alleen staat af te wassen met een goede cd in de speler. Dat zijn de momenten waar het om gaat en waar niemand een kaartje voor had gestuurd.
Iemand geluk en pret toewensen is dus eigenlijk het paard achter de wagen spannen. Je kan wensen wat je wilt, maar vaak gebeurt het dan juist niet.
Ik stel dan ook voor om mensen maar geen “prettige kerstdagen” meer te wensen. Daardoor worden de verwachtingen veel te hoog gesteld en voordat je het weet heb je een rot kerst. Misschien moeten we elkaar een “ probleemloze kerst” wensen, of een “best wel aardige kerst”. Dan wordt het misschien nog wel wat.

Labels:

dinsdag, december 04, 2007

Zwarte vriend

Tijdens mijn lunchwandeling met Nakker door de Diezerpromenade viel ik van de ene verbazing in de andere.
De ene verbazing was een meisje in een witte overal met een nogal curieus aanbod: “Heren zou u met deze zwarte stift een klacht op mijn kleren willen zetten?”. Om te illustreren dat daarbij geen enkele plek op haar lichaam taboe was hief ze daarbij haar armen vol overgave in de lucht. Nogal geïntimideerd door deze vrijmoedigheid mompelden we een snel verzonnen excuus en liepen verder, de andere verbazing tegemoet. Dat was een Antilliaans jongetje in een Zwarte Pieten pak dat gezellig met zijn moeder liep te winkelen. Het duurde enkele minuten voordat ik dat beeld een plaats kon geven. Was het namelijk niet zo dat Zwarte Piet altijd beschouwd werd als een politiek incorrecte figuur en was de discussie daarover in het verleden niet al ettelijke keren gevoerd? Waren er niet al een keer blauwe en groene Pieten geïntroduceerd om juist onze Surinaamse en Antilliaanse medelanders niet voor het hoofd te stoten? En nu liep er gewoon een Antilliaans Zwarte Pietje door de Zwolse binnenstad!
Dit kon dan maar twee dingen betekenen. Of de integratie van onze koffiekleurige landgenoten had een verbazingwekkend nieuw niveau bereikt. Een ander tijdperk was aangebroken waarin de verschillende bevolkingsgroepen, ondanks ruziezoekers als Geert Wilders, eindelijk konden lachen om de idiote kanten van elkaars culturen. Want die roti is eigenlijk best lekker en Zwarte Piet, die moet je gewoon niet zo serieus nemen. Dat is geen onderdrukte knecht van de goedheiligman, maar meer een grappige vriend en als het puntje bij paaltje komt, houden kinderen meer van déze grappige krullenbol, dan van de altijd serieuze Turkse bisschop.
Dus wat maakt het dan uit als Surinaamse en Antilliaanse jongetjes rondhuppelen in een Zwarte Pieten pakje?
Een andere mogelijkheid is dat dit specifieke jongetje mentaal zo murw gebeukt was door de Bart Smit en Intertoys speelgoedfolders, dat ie geen andere keuze had dan zich vol overgave in het Sinterklaas feest te storten en dat de ouders toen maar een Zwarte Pieten pakje voor hem hebben gekocht, onder het motto van “if you cant beat them, join them”.
Maar wat ook de reden was, het Antilliaanse Zwarte Pietje zag er in ieder geval erg gelukkig uit in zijn speciale outfit.

Labels: , ,

donderdag, november 29, 2007

Hiep, hiep....

...ach laat ook maar zitten.
Eenenveertig is niet echt een leeftijd om te vieren.
Wel even van de gelegenheid gebruik gemaakt om het groene evangelie middels drie zelfgebakken biologische appeltaarten door de strot van mijn collega's te duwen.

Labels:

vrijdag, november 23, 2007

Strakke stickers

Tijdens mijn “thanksgiving klus”, het bakken van een (jawel) biologische pompoentaart, verpest ik tien minuten van mijn kostbare tijd met een poging een plakkertje van de achterkant van de springvorm te pulken. Het kreng zit er zo strak op dat het lijkt alsof ie met secondenlijm is vastgeplakt. Welke sadistische inkoper van Ikea heeft deze plakkers ingekocht en wat was zijn motivatie? Een financiële besparing van een paar kronen, een slecht huwelijk?
De Zweedse meubelmaker is niet de enige die zijn klanten straft. Ook V&D versiert zijn cd’s bij voorkeur met strakke plakkers. Vooral bij de afgeprijsde titels gaat de verantwoordelijke jongste bediende helemaal los met de prijstang. Oude prijsjes er eerst af halen, dat staat niet in zijn werkinstructie, zodat het doosje er uiteindelijk uitziet als de bestickerde achterruit van een VW kever die iets te vaak de slagbomen van een pretpark is gepasseerd.
Eenmaal thuis gekomen met het beplakte cd-hoesje begint de bewerkelijke klus; het één voor één afpulken van de verschillende stickers. Na jaren stickers krabben kan ik zeggen dat het beste resultaat wordt verkregen als je het prijsje er in één keer langzaam vanaf aftrekt, maar om dat voor elkaar te krijgen heb je een vaste hand nodig en een grote dosis geduld. Begint de sticker eenmaal te scheuren dan heb je verloren en rest er eigenlijk nog maar 1 ding: geweld. Met duim en nagel kan je dan nog proberen te redden wat er te redden valt, maar neem van mij aan, die vieze stickervlek krijg je niet meer weg. Een regelrechte ramp voor muziekverzamelaars als ikzelf die dwangmatige ideeën hebben over hoe cd hoesjes er uit horen te zien. Maagdelijk, onbevlekt en zonder stickers.
Maar goed, je kan natuurlijk ook gewoon een nieuw hoesje kopen (bij voorkeur niet afgeprijsd, want dan begint het stickers krabben weer van voren af aan)

Labels: ,

zaterdag, oktober 27, 2007

Leeftijd

Opeens valt het me op.
Nee, dat is eigenlijk niet waar. Het was me natuurlijk wel eerder opgevallen. Per slot van rekening lees ik al een leven lang kranten en tijdschriften. Maar vandaag, bij het lezen van de Volkskrant Magazine, verwonderde ik me er pas over, die leeftijd tussen haakjes, achter de naam van een persoon. Het staat er eigenlijk nogal plompverloren achter en waarom eigenlijk? Is dit de belangrijkste informatie die we willen weten over, noem eens een willekeurig iemand: Pieter Jaap(40)? Waarom staat er eigenlijk, zonder uitzondering, de leeftijd achter de naam van de persoon over wie ze het hebben? Waarom is het gewicht van Pieter Jaap (72, net een maandje ge-SonjaBakkerd) niet belangrijk? Of het ras van Pieter Jaap? (Neger. Nee, grapje natuurlijk. Wel eens een Surinamer of een Antilliaan ontmoet met de naam Pieter Jaap?).
Als ik bij mezelf te rade gaat was iemands leeftijd eigenlijk alleen belangrijk toen ik op de lagere en middelbare school zat. In HAVO 3, was er geen haar op mijn hoofd die er ook maar over nadacht om met 12 jarige brugpiepers om te gaan. Ik was niet gek! Beetje mijn fantastische reputatie (tong in wang) te grabbel gooien. Tegelijkertijd keek je zelf ook niet naar meisjes uit HAVO 5. Twee jaar leeftijdsverschil, dat was echt onoverbrugbaar.
Later vervaagden die leeftijdsgrenzen en nog later werd het zelfs moeilijk om leeftijd te schatten. Alles boven de 25 jaar werd een grote grijze leeftijdsbrij. Ik ben altijd blij als ik er niet meer dan 5 jaar vanaf zit als iemand me die vervelende vraag stelt: “Hoe oud schat je me?”
Ondanks het feit dat leeftijd er eigenlijk weinig meer toe doet merk ik toch dat ik die leeftijd tussen haakjes op een of andere manier wel handig vind. Alsof ik meteen beter in staat ben een beeld van iemand te vormen, terwijl ik in het normale leven geen deuk in een pakje boter kan schatten.
Wie is hier ooit mee begonnen en welk idee zit er achter? (Volgens mij heb ik wel een paar journalisten tussen mijn lezers die hier een passend antwoord op kunnen geven)

Labels:

maandag, september 24, 2007

Even Apeldoorn bellen...

Nu we zeker weten dat we gaan verhuizen, lijkt het oude huis zich definitief tegen ons te keren. Alsof het wil zeggen: “Ik heb jullie altijd gesteund, door dik en dun. Stadshagen, die frisse nieuwe Vinex wijk was het beloofde land. Kunnen jullie het je nog herinneren? Nooit zouden jullie er meer uit weggaan en kijk nu wat er gebeurt; een stulpje uit Zwolle Zuid staat een beetje met d’r kont te draaien, op te scheppen dat ze een bub-bel-bad heeft en jullie slaan meteen om. Als een blad aan een boom”.
Om haar ontevredenheid nog wat kracht bij te zetten sluit mevrouw Oudhuis nog even een pact met de wasmachine, die dankbaar gebruik maakt van een dopje dat de dag daarvoor niet helemaal was vastgedraaid en spuugt vervolgens de hele hal, voor de technische ruimte, vol met spoelwater.
Een uur daarna zijn we nóg bezig de troep op te ruimen. De ramen zijn wagenwijd opengezet, de ventilator staat aan en handdoeken liggen op de vloer. In mijn onderbroek (“niet met je vieze schoenen op het natte wollen tapijt!”, roept K. in paniek, waarop ik sokken en spijkerbroek maar uit trek) sta ik vervolgens geruime tijd op de handdoeken te dansen, in de hoop dat het spoelwater er in zal trekken. Opeens vraag ik me af wat de buren hiervan zullen denken, want ik sta met al die open ramen toch redelijk in het zicht.
“Nooit iemand in z’n onderbroek de vloer zien droogmaken?”, roep ik ze in gedachten toe.
Mevrouw Oudhuis lacht in haar vuistje.

Labels:

woensdag, september 19, 2007

Drie tenoren

Haha, lachen die aflevering van Seinfeld, waarin Elaine een handtekening probeert te versieren van een van de “Three tenors”. Niet Pavarotti, niet Placido Domingo, maar die andere.
Elaine kan niet meer op z’n naam komen, maar weet haar poster toch te laten signeren door dinges.

Moe van alle consternatie die het kopen van een huis met zich meebrengt kijken we naar onze favoriete sitcom, op DVD natuurlijk, want t.v. is nog steeds taboe (nog elf dagen “extra groene maand”, we tellen af). Gebruiken wat je al hebt , in dit geval dozen met onbekeken DVD’s in de kast, is daarentegen okay.
Rond elf uur kruipen we ietsje meer ontspannen ons bed in, stellen de wekkerradio in en doen onze leeslampjes uit. Na tien minuten staren naar het plafond verbreek ik de stilte: “Shit! Ik kan niet op z’n naam komen”. “Ik ook niet!”, zegt K. die ook uit haar slaap wordt gehouden door dezelfde vraag. “Begon het niet met een S?” probeer ik en pijnig mijn hersens nog iets harder.
“Geen idee”, zegt K. Na vijf minuten houdt ze het niet meer uit en stapt haar bed uit, op weg naar de computer.
Wat zouden we zijn zonder het internet? (Waarschijnlijk in bed, starend naar het plafond)

Weet jij hem nog, de naam van die derde tenor?
Hint: Het begint met een C.

Labels: , ,

maandag, september 03, 2007

Extra groene maand (deel 2)

Drie dagen op weg met ons project weten we precies waar het pijn doet. Niet het vlees, dat missen we eigenlijk niet. Die vegaballetjes smaakten laatst prima en gisteren hadden we een heerlijke groentenschijf met kaas, die als enige nadeel had dat er donders veel calorieën in zaten (light en vegetarisch/biologisch schijnen vaak niet samen te gaan).
Ook biologisch eten is goed te doen. Tot onze verbazing waren we afgelopen weekend niet echt meer geld kwijt dan anders, terwijl we voor minstens de helft van onze boodschappen biologische equivalenten hadden kunnen vinden.
Zelfs het consuminderen viel mee. Nu hielp het dat we de ene helft van het weekend op de fiets zaten en de andere helft de winkels dicht waren, maar bij de winkels die we wél tegenkwamen hadden we niet de neiging om daar toekomstige Snuffelmarktspullen te gaan inslaan.
Nee, het enige dat we echt misten was de t.v. Niet echt cool, ik geef het toe, maar eerlijk is eerlijk, terwijl we zelf het idee hadden dat we de laatste tijd eigenlijk helemaal niet veel t.v. keken.
Okay, donderdags is er natuurlijk altijd “Heroes”, in het weekend “Saturday Night Live” en doordeweeks kijkt K. nog naar “Project Catwalk” en ik “the King of Queens”, weliswaar op een dagelijkse basis, maar bij elkaar valt dat toch best wel mee?
Blijkbaar kijken we toch meer, want op de gekste tijden moest ik de reflex om de t.v. aan te zetten onderdrukken. Zaterdagochtend bij het wakker worden: t.v. aan, oh nee, doen we nu niet. Na de afwas, even uitrusten, kijken wat er op de t.v. is, oh nee, mag niet van onszelf. Tijdens het eten, na een inspannend klusje, tussen hobbyprojecten door, na een uur was vouwen, steeds was er die reflex. Blijkbaar vullen we kleine rustmomenten op met t.v. en staat het ding vaak aan als een gezellige achtergrondruis, waar je naar kunt luisteren of niet.
Uit pure verveling werden we dus maar creatief,

- Ik las een boek uit en begon meteen aan een nieuwe
- K. deed eindelijk haar belastingaangifte
- Ik stopte alle losliggende cd’s (stuk of honderd) in de bijbehorende doosjes.
- K. printte wat vakantiefoto’s en deed ze in lijstjes
- K. en ik speelden Uno en Yahtzee
- K. maaide het gras
- Ik keek nog eens welke boeken ik nog meer kon verkopen
- Ik laadde wat nieuwe software op de computer
- Ik maakte verschillende soorten sap en smoothies met de blender.

S’Nachts konden we vervolgens niet goed slapen. Waar het aan lag wisten we niet. Het leek wel of we wat van slag waren. Waren we te actief geweest, kwamen we niet meer goed tor rust of hadden we al die t.v.- rustmomentjes opgevuld met het drinken van teveel koffie?
Wordt weer vervolgd.

Labels: , ,

dinsdag, augustus 28, 2007

Weer thuis.





















En daar stonden de zonnebloemen alweer in bloei!

Labels:

dinsdag, augustus 14, 2007

Wassen neus

Van die documentaires die je laten zien hoe dingen gemaakt worden. Close ups van fabrieksbanden waar je de flesjes bier voorbij ziet flitsen en waar een robot arm de kroonkurken er in een nano seconde op bevestigt. Of beelden van postsorteerbedrijven, waar kaarten en brieven langs zoeven en in precies de juiste zakken belanden. Ik kon er met mijn verstand niet bij dat dat nooit verkeerd ging. Dat dit proces zo geperfectioneerd was dat er nooit eens een brief onder een kast belandde. De post leek altijd aan te komen, hoe was het mogelijk! Stille bewondering leek hier op z’n plaats.
Totdat er een paar weken geleden zomaar in één keer 3 pakjes van mij zoek raakten. Twee ceedees die ik had verstuurd in het kader van het mailmydisc project kwamen opeens niet aan en een ceedee die iemand anders naar mij verstuurd had bereikte zijn einddoel ook niet.
Gelukkig had ik mijn eigen adres op de achterkant van de envelop vermeld, maar zelfs na anderhalve maand wachten kwamen er geen ceedees retour.
Daarom diende ik een klacht in. Dat kon middels een speciaal daarvoor bestemd formulier. De persoon die mijn klacht zou behandelen zou hemel en aarde bewegen om deze drie pakjes weer boven water te krijgen. Post is heilig en de betrouwbaarheid van tante Pos was in het geding. Tenminste in mijn fantasie. De klachtenambtenaar (die ik toevalligerwijze nog aan de telefoon had gehad en die tussen neus en lippen had geopperd dat het hier wel eens om diefstal zou kunnen gaan) zou met het formulier in zijn hand naar het postsorteercentrum benen en daar hoogstpersoonlijk de sorteerband stop zetten. Zijn bulderende stem zou het personeel ineen doen krimpen. “Wie kan er hier z’n handjes niet thuis houden? Wie heeft er hier last van lange vingers?”, zou het door de fabriekhal galmen. “Als ik vóór vanmiddag 5 uur de gestolen waar niet op mijn bureau heb wordt er net zo lang overgewerkt totdat de dief zich gemeld heeft!”.
Helaas bleef dit bij een fantasie. In het standaard briefje dat ik van de week in mijn brievenbus kreeg stond dat ze tot hun spijt de verloren pakjes niet terug hadden kunnen vinden. Daarbij wilden ze me dringend adviseren om de volgende keer mijn waardevolle post aangetekend te verzenden. Tweedehands ceedees aangetekend versturen. Goede tip zeg (not!).
Dan kan je ze net zo goed nieuw kopen.
Met deze wassen neus van een brief viel de TNT voorgoed van zijn sokkel.

Labels:

vrijdag, augustus 10, 2007

Istiebraafdan? 3

Kwam ik vanmiddag met de fiets de hoek omrijden, kijk ik zo recht in de kringspier van een Deense Dog. Het beest stond met zijn achterpoot opgeheven klaar om een warme straal hondenurine tegen een lantaarnpaal aan te laten lopen. Waarschijnlijk bedacht het beest zich halverwege en besloot de diarree, die hij had opgelopen bij het verorberen van een paar kuipjes inferieur Jumbo voer ook meteen maar de vrije loop te laten.
Het jongetje wat het beest moest uitlaten stond er wat gegeneerd bij te kijken. Had waarschijnlijk van zijn ouders de opdracht meegekregen dat “number two” alleen maar in de goot gedaan mocht worden. Toen ik, met een blik van afschuw in mijn ogen, langs fietste keek hij verschrikt op. De paniek in zijn ogen sprak boekdelen: “Ik kan er toch ook niets aan doen? Hij stak zijn poot omhoog, dus ik dacht dat ie gewoon moest pissen!”
Terwijl de derrie langs de achterpoten van het beest naar beneden liep kreeg ik spijt. Had ik er enige dagen niet voor gepleit om onze huisdieren wat serieuzer te nemen en aan te spreken op een volwassen toon? Na dit onsmakelijke tafereeltje voel ik me gedwongen hier met rasse schreden op terug te komen. We moeten helaas concluderen dat we het goed deden met z’n allen. Die toon, die we alleen gebruiken voor peuters en dementerende bejaarden, die moeten we er maar gewoon in houden. Vieze beesten!

Labels: ,


 

 Subscribe in a reader