zondag, juli 27, 2008

Indicator

Ik wilde er eerst niet aan, want hoeveel mesjes op een rij heb je nodig om je kin stoppelvrij te maken? Eentje lijkt mij, als ie maar goed scherp is, maar inmiddels staat de teller al op vijf. Vijf mesjes hebben we tegenwoordig blijkbaar nodig voor een goed scheer resultaat. Nu wil ik niet zo’n azijnpisser zijn die overal wat over te zeiken heeft, zonder iets proefondervindelijk onderzocht te hebben. Dus kocht ik een paar maanden geleden een setje van die, overigens peperdure mesjes en trok me terug in de badkamer voor een scheerbeurt. Tot mijn grote verbazing had de fabrikant gelijk, in een mum van tijd had ik mijn weekendbaard er af en het had me geen noemenswaardige inspanning gekost. Ik moest toegeven dat ik mezelf nog nooit zo lekker geschoren had. Okay, multinational: jij wint dit keer.
Maar wacht eventjes, probeert diezelfde fabrikant me nu een loer te draaien? In een leuk bedoeld spotje op t.v. vertelde een pratend Gilette scheermesje me van de week dat hij tegenwoordig was voorzien van een blauwe Indicator Lubrastrip. Aan de strip kon je zien wanneer je mesje vervangen moest worden. Dan vervaagt de blauwe kleur van de strip namelijk en wordt ie wit. Ik ging natuurlijk meteen mijn mesje even controleren en verrek, de lubrastrip was inderdaad wit geworden, terwijl ik me die ochtend nog fantastisch geschoren had!
Wat deze scheermesjesboer hier probeert te verhullen is dat als je een houdertje maakt met vijf mesjes erin, dat het kreng dan ook vijf keer zo lang mee gaat en dat is natuurlijk niet goed voor de verkoop. Daarom moest er even een slimmigheidje bedacht worden om de Gilette gebruikers toch nog even vaak naar de Trekpleister te laten lopen om nieuwe mesjes te kopen.
Nou, daar trap ik dus mooi niet in. Ik heb mijn eigen indicator en dat is mijn eigen stem die gaat schelden en schreeuwen als ik mezelf met een bot mesje aan scheren ben. Als die niet afgaat, blijf ik me lekker scheren met hetzelfde mesje. Wit uitgeslagen indicator of niet.

Labels:

maandag, juni 30, 2008

Wake up en smell the coffee.

Als ik eerlijk ben merk ik vaak niets van de beloftes die worden gedaan op verpakkingen van bepaalde producten. Als er: “vernieuwd!” op staat of : “nu nóg lekkerder” doe ik serieus mijn best om positief te zijn over het vernieuwde of nog lekkerdere artikel, maar eigenlijk merk ik er nooit iets van. Ik heb niet het idee dat ik langer doe met het flesje Dreft en die Mars of Snickers smaakt naar mijn mening nog steeds hetzelfde. Misschien ís er wel iets veranderd, maar het probleem is dan dat de oude versie niet meer te verkrijgen is en je het dus ook niet meer blind kan testen.
Verder merk ik eigenlijk ook nooit dat de scheerschuim voor de gevoelige huid iets anders doet dan de normale en heb ik ook nooit gemerkt dat mijn haar meer ging glanzen van shampoo voor glanzend haar. Ligt dat aan mij? Lange tijd heb ik gedacht van niet en dacht ik dat ik gewoon belazerd werd door de industrie die mijn zuurverdiende centen uit de zak wilde kloppen.
Maar tegenwoordig ben ik daar toch iets voorzichtiger in. Lange tijd heb ik namelijk ook mijn twijfels gehad over het effect van koffie. Mensen die beweerden dat ze zonder kop koffie s’ochtends maar moeilijk op gang konden komen vond ik maar aanstellers. Totdat er kortgeleden een koffieautomaat op onze afdeling geplaatst werd dat ook cappucino gaf. Voorzichtig liet ik op een middag de kruidenthee voor wat ie was en tapte een dampende kop Douwe Egberts. Wat ik niet voor mogelijk hield gebeurde. De middagdip, waardoor het na middagpauze normaal leek alsof ik anderhalf uur tot aan mijn knieën door een dikke brij moest waden, verdween in drie minuten als sneeuw voor de zon. Helder en geconcentreerd keek ik opeens naar mijn beeldscherm. Koffie hielp zowaar!
Nu nog even in plaats van dat DE automaat een Starbucks filiaal in ons ziekenhuis.
Dan worden we pas echt productief.

Labels:

zondag, maart 09, 2008

Afwas geur

Wie denkt dat de bezitter van een vaatwasmachine voorgoed is verlost van elk denkbaar probleem dat de afwas met zich mee kan brengen heeft het mis. Van te voren hadden wij al ingecalculeerd dat er misschien strijd zou zijn over het laden en lossen van het apparaat, maar dat viel eigenlijk wel mee. Okay, ik werd na een paar weken vriendelijk maar dringend verzocht dat ding ook eens leeg te halen, maar dat was een incident. Na enige tijd bleken we daarin ons ritme gevonden te hebben.
Waar we niet op voorbereid waren was de muffe lucht die er uit zo’n machine komt als je de schone vaat er een tijdje in laat staan. Een non-probleem dat eigenlijk valt te categoriseren onder de noemer: “trouble in paradise”, maar als je dingen perfect wil hebben is niets meer te gek voor de moderne consument. Op deze verwende houding hebben diverse, op winst beluste fabrikanten allang een oplossing gevonden: een grappig plastic hangertje dat je strategisch tussen de vuile glazen en borden hangt. Na de eerste keer wasbeurt konden we vast stellen dat het ding uitstekend zijn werk deed. Zó goed, dat als het geurelement een brugklasser was geweest hij de volgende dag bij de schooldeur zou worden opgewacht om resoluut ondersteboven in de toiletpot te worden gehangen. Uitslover!
Het kreng zorgde er namelijk voor dat niet alleen de afwasmachine maar het gehele huis naar citroenen rook en dat was niet alles. In plaats van alleen een geur liet het ding ook een smaak achter. Opeens proefde ik, in het Oostblok gefabriceerde, nep Fruitella’s in mijn erwtensoep en die had ik er toch echt niet in gegooid. Ons probleem van een muffe vaatwasser was hiermee eigenlijk vervangen door een ander probleem, een penetrante citroengeur die misschien nog erger was dan de oorspronkelijke stank.
Wat nu? Terug naar muf, terug naar wassen met de hand? Dat lijkt nu toch echt een gepasseerd station. Heeft er iemand een tip?

Labels:

zaterdag, februari 02, 2008

Plus is minder

Zaterdagochtend betekent langzaam wakker worden, naar beneden voor een licht ontbijt en langzaam aan een beetje na gaan denken over de boodschappen.
Klinkt burgerlijk en saai en dat is het ook. Laten we er geen doekjes om winden, ik ben eenenveertig jaar, huizenbezitter en ik heb laatst zelfs naar mijn pensioen papieren gekeken. Spontane fratsen laat ik op dit moment wel aan de jeugd over.
Op deze leeftijd hecht ik meer aan een goed geoliede routine voor het weekend en daar hoort een fatsoenlijke supermarkt bij.
Hebben we die in deze buurt? De C1000, toch bij uitstek de winkel zonder fratsen zit het dichtste bij en maakt deel uit van een kleine groep winkels, die verder bestaat uit een snackbar, een afhaalchinees en een videotheek.
Het frisgewassen gevoel dat ik kreeg bij de winkelpromenade in onze oude Vinexwijk is hier ver te zoeken. Dit winkelcentrumpje lijkt meer op een ondermaatse puber die na enkele verwoede pogingen om de huid te reinigen met Clearasyl de acne toch niet helemaal kwijt weet te raken. Maar goed, het is dichtbij dus bezochten we de afgelopen week al enkele malen de C1000. Een echt goede indruk kreeg ik niet. Naast het feit dat deze supermarkt zich nou niet bepaald onderscheidt met een uitgebreid assortiment gaan de, iets te zwaar opgemaakte caissieres ook nog eens gekleed in een vreemd gekleurd uniform. Bruin met oranje of zo. Iets dat me in ieder geval heel erg aan de jaren zeventig doet denken.
Daarom besloot ik mijn geluk maar eens te beproeven in het grotere winkelcentrum, een kilometertje verderop. Daar zat zowaar een Albert Heyn. Maar wel een in een noodgebouw, vanwege een verbouwing. Dat was nou weer jammer, want winkelen in een noodgebouw heeft iets triests. Alsof je in een campingwinkel loopt te shoppen. Gelukkig was er ook nog iets nieuws: de Plus! Een grootgrutter waar ik altijd wel benieuwd naar was. Op een bepaalde manier verwachtte ik dat het een beetje als de Jumbo zou zijn. Goed gesorteerd en goedkoop.
Niets was minder waar. De Plus heeft gewoon geen smoel. Als je naar de Aldi gaat weet je dat je daar goedkope Duitse spullen kan kopen, waar je op zich niets van verwacht, maar die verbazend vaak erg blijken mee te vallen. Bij de Albert Heyn krijg je luxe gecombineerd met goedkope, maar uitstekend smakende cola light (van de Euroshopper, probeer maar). Zelfs de Edah (r.i.p.) had nog iets bijzonders. (lekkere cruesli). De Plus daarentegen had niks. Het was een laffe hap. Mijn gevoelens voor deze supermarkt lieten zich het best omschrijven met een uitdrukking die K. nog wel eens bezigt; ik was “underwhelmed”.
Weinig huismerk producten, bijna niets biologisch en om drie uur s’middags hadden ze zelfs geen vers stokbrood meer! Onvergeeflijk. Voor het volgende weekend moet ik dus wat anders verzinnen. De Plus heeft het niet. Alhoewel…bij het afrekenen had de kassajuffrouw nog één vraag. Een onverwachte. Eentje die het vlammetje van een vergeten Panini verslaving bijna weer aanwakkerde: “Wilt u misschien voetbalplaatjes?”.
Toch maar terug gaan volgende week?

Labels:

dinsdag, december 25, 2007

Puur

“Echte chocoladeliefhebbers houden van puur”, beweerde een collega laatst, terwijl hij zich tegoed deed aan het door een van onze leveranciers gedoneerde kerstsnoepgoed. Aangezien ik zelf eigenlijk meer van de melk variant houd, vroeg ik me af of ik dan inderdaad geen echte chocoladeliefhebber ben. Daarbij; waar komt deze hang naar puurheid eigenlijk vandaan, want de betreffende collega is niet de enige die zijn producten graag in onvermengde vorm tot zich neemt. Zo heeft VOF de Kunst het in hun bekende ode aan de koffie het over “het pure spul, dus zonder de suiker”. Niet te zuipen volgens mij. Maar ik ben dan ook waarschijnlijk geen “echte koffieliefhebber”. Op het ogenblik drink ik koffie met de smaak Hazelnoot, van het Albert Heijn merk “Perla”, of oploskoffie uit Amerika van het merk General Food (verkrijgbaar in verschillende smaakvarianten en het zit in een leuk vierkant blikje). Iets wat waarschijnlijk vloeken in de kerk is voor de koffie purist.
Eerlijk gezegd vind ik puristen nogal fantasieloos en conservatief. Mensen die onder het genot van zwarte koffie en een stukje pure chocolade naar blues luisteren, dan wel in de pure vorm van Robert Johnson of zo. Boring! Daarbij zijn ze ook nog inconsequent. Als je een echte purist ben dan kauw je rauwe koffie en cacaobonen, eet je boterhammen met tevredenheid en aardappelen bij voorkeur ongekookt. Eet smakelijk, echte liefhebbers!
Nee, voor het echte avontuur moet je zijn bij de mensen die ingrediënten durven samen te voegen, die jazz combineren met balkanmuziek, of chocola met kerrie (écht geproefd, bij een van de beroemdste chocolatiers in Frankrijk). Uit dit soort experimenten onstaan de meest fantastische smaaksensaties. Negeer de smaakpuristen. Mens, durf te proeven!
(Zo, ik heb gezegd)

Labels: ,

vrijdag, december 07, 2007

Weg er mee!

Als ik geen man van middelbare leeftijd zou zijn maar een zak Sinterklaassnoep, zou ik beslist geen pepernoot willen zijn. Misschien een kruidnootje bedekt met een dikke laag chocolade, dat zou nog gaan, maar mijn leven te moeten slijten als pepernoot, daar zou ik toch voor passen. Dan zou ik toch hopen dat ik gauw vermalen zou worden tussen de kiezen van een kind, dat zich hoogstwaarschijnlijk vergist zou hebben. Want wie kiest er nou voor deze taaie brok? Wie heeft er liever een naar anijs smakend stuk geperst karton dan bijvoorbeeld een stuk borstplaat dat wegsmelt op je tong? Niemand volgens mij. Pepernoten worden alleen nog maar gekocht omdat ze bij de traditie van Sinterklaas horen. De nauwelijks aangebroken zakken worden de volgende dag meegebracht naar het kantoor, waar ze dagenlang staan weg te kwijnen zonder te worden aangeraakt. Op mijn werk staat ook zo’n zak minderwaardig snoep. “Het lijken wel hondenbrokken”, zegt collega M. en ze heeft gelijk. Eerlijk gezegd heeft een pak Bonzo een betere uitstraling dan deze vieze kiezenvullers, want dat doen ze. Een uur na het nuttigen van de pepernoot ben je nog steeds bezig je kiezen schoon te maken met het puntje van je tong.
Laten we gewoon besluiten om resoluut een einde te maken aan de pepernoot. Hij is het kopen niet waard en maakt het andere Sinterklaassnoep ten schande, want zo leuk is het niet voor een perfect ronde kruidnoot om in het zelfde schaaltje te moeten liggen als de stinkende vormeloze brok.
En als we dan toch bezig zijn dan kunnen die TaaiTaai poppen ook meteen wel weg.

Labels:

zaterdag, december 01, 2007

Fiets ID

Vandaag werd ik blij van de fietsenmaker. Een vreemde gewaarwording, want zo vaak wordt ik niet blij van de geleverde service van de plaatselijke middenstand. Bij de vestiging van Videoland in mijn Vinexwijk kreeg ik vorige week bijvoorbeeld nog een bijzonder lege blik toen ik vroeg of ze “Bowling for Columbine” nog in hun collectie hadden. “De titel klinkt me niet bekend in de oren”, antwoordde de jongste bediende die misschien meer verstand had van verzekeringen. Ik kreeg bijna de neiging om hem aan zijn oren over de balie te trekken: “Halloohooo! Michael Moore. Een van de drukst bezochte documentaires ooit!” Schande (heb nu ongeveer wel de leeftijd om dit woord te pas en te onpas te gebruiken) dat je in een videotheek kan werken zonder enige basiskennis van films.
Gelukkig is er ook nog winkelpersoneel met liefde voor hun vak. Mensen die enig enthousiasme voor hun vak laten zien, zoals mijn kapper bijvoorbeeld. Voor het eerst in mijn leven hoef ik niet zelf met een uitgebreid plan te komen: “ Beetje uitdunnen, kort van achteren, maar langer bovenop.” ( Mijn eigen plan, waardoor ik jarenlang uitzag als Jan van de Bosch). In plaats daarvan kan ik de hele knipbeurt nu overlaten aan een professional, die haarfijn weet hoe ze me van een moderne coupe kan voorzien.
Ook vandaag had ik weer een goede winkelervaring. Omdat mijn normale fietsenmaker gesloten was, moest ik voor een kleine onderhoudsbeurt uitwijken naar Fiets ID en dat beviel meteen goed. Er werd me bijvoorbeeld al meteen een leenfiets aangeboden. Een service waar ik geen gebruik van maakte, maar het feit dat ie me werd aangeboden liet zien dat hier werd meegedacht met de klant. Bij het ophalen van de fiets was de fiets tiptop in orde en had de fietsenmaker zelfs gezien dat mijn stuur wat te laag stond. “Dat fietste vast niet zo lekker”, zei de vriendelijke eigenaar, “dus ik heb hem maar even wat hoger gezet”. Kijk, daarvan krijg ik als klant een erg fijn gevoel. Daarom hier wat extra reclame voor mijn nieuwe favoriete fietsenmaker:” Fiets ID, Fiets ID, allemaal naar Fiets ID!!”

Labels:

vrijdag, november 23, 2007

Strakke stickers

Tijdens mijn “thanksgiving klus”, het bakken van een (jawel) biologische pompoentaart, verpest ik tien minuten van mijn kostbare tijd met een poging een plakkertje van de achterkant van de springvorm te pulken. Het kreng zit er zo strak op dat het lijkt alsof ie met secondenlijm is vastgeplakt. Welke sadistische inkoper van Ikea heeft deze plakkers ingekocht en wat was zijn motivatie? Een financiële besparing van een paar kronen, een slecht huwelijk?
De Zweedse meubelmaker is niet de enige die zijn klanten straft. Ook V&D versiert zijn cd’s bij voorkeur met strakke plakkers. Vooral bij de afgeprijsde titels gaat de verantwoordelijke jongste bediende helemaal los met de prijstang. Oude prijsjes er eerst af halen, dat staat niet in zijn werkinstructie, zodat het doosje er uiteindelijk uitziet als de bestickerde achterruit van een VW kever die iets te vaak de slagbomen van een pretpark is gepasseerd.
Eenmaal thuis gekomen met het beplakte cd-hoesje begint de bewerkelijke klus; het één voor één afpulken van de verschillende stickers. Na jaren stickers krabben kan ik zeggen dat het beste resultaat wordt verkregen als je het prijsje er in één keer langzaam vanaf aftrekt, maar om dat voor elkaar te krijgen heb je een vaste hand nodig en een grote dosis geduld. Begint de sticker eenmaal te scheuren dan heb je verloren en rest er eigenlijk nog maar 1 ding: geweld. Met duim en nagel kan je dan nog proberen te redden wat er te redden valt, maar neem van mij aan, die vieze stickervlek krijg je niet meer weg. Een regelrechte ramp voor muziekverzamelaars als ikzelf die dwangmatige ideeën hebben over hoe cd hoesjes er uit horen te zien. Maagdelijk, onbevlekt en zonder stickers.
Maar goed, je kan natuurlijk ook gewoon een nieuw hoesje kopen (bij voorkeur niet afgeprijsd, want dan begint het stickers krabben weer van voren af aan)

Labels: ,

vrijdag, november 16, 2007

Starbucks Schiphol

Nooit gedacht dat ik na het kijken van documentaires als Surplus nog eens zou staan juichen bij de introductie van de volgende Multinational in ons land.
Tijdens het wachten op mijn schoonmoeder bij de deur van Arrivals op Schiphol werden we opeens getrakteerd op een vingerhoedje lauw warme cappucino. De frisgroen geklede meisjes verwezen ons, voor meer koffie en te dure prullaria, naar de koffiekraam even verderop. Dat “verderop” was toch alleen achter de douane, waar de enige Starbucks van dit land zou worden weg gestopt? “Nee hoor meneer, u hoeft alleen maar even daar rechtdoor te lopen, dan zie je hem meteen” zei de koffiejuffrouw en zo waren we getuige van de langverwachte introductie van Starbucks in Nederland. Vanaf nu konden ook wij, armzalige Nederlanders eindelijk genieten van een Iced Venti non fat Mocha, of een andere melange met een naam waar je even een avondje op moet studeren om hem foutloos in je hoofd te krijgen. (Ik kwam dit keer niet verder dan: “Doe mij maar een Chai Thee”).
K. was extatisch. Haar blijheid over de komst van haar moeder had met dit goede nieuws een soort turbo boost gekregen. Goed begin van onze vakantie!

Labels:

woensdag, oktober 24, 2007

Remancipatie

Ja, nu is het wel eens een keertje genoeg. Thee-gigant Pickwick introduceert zijn nieuwe Elements lijn door middel van een leuk bedoeld reclame spotje. En “leuk” betekent voor de zoveelste keer dat de man in het verhaaltje wordt neergezet als een sukkel. Nu vind ik het niet zo erg dat de man wordt afgeschilderd als lulletje. Deze westerse samenleving zal het na eeuwen lang vrouwenonderdrukking wel nodig hebben gehad, om eens een tijdje te benadrukken dat de vrouw juist erg slim is en de man vaak kortzichtig en dom. Maar na een aantal jaren te hebben moeten kijken naar dit soort leuk bedoelde reclame filmpjes hebben we de boodschap wel eens begrepen. Het verzadigingspunt is bereikt en geamuseerdheid slaat om in ergernis en plaatsvervangende schaamte.
In het Pickwick filmpje spoelen een man en een vrouw aan op een onbewoond eiland. De man stroopt meteen de mouwen op om zich vol overgave te storten op zinloze bezigheden zoals het zoeken naar voedsel. Daarbij stort hij van een helling, maakt zich vies en komt uiteindelijk met zijn haren in de war terug met een miniscuul visje op een zelfgemaakte speer. Lachen!
De vrouw daarentegen strijkt haar kleren glad en loopt eens wat rond op het eiland. Daar vindt ze naast wat kruiden zichzelf terug en zet een lekkere kokosnoot met thee en heeft een heerlijk moment voor zichzelf.
Wie wel eens een seizoen Expeditie Robinson heeft gekeken weet dat vrouwen op een onbewoond eiland vaak niet vooruit te branden zijn en al helemaal niet als je ze allemaal bij elkaar zet op een apart eiland, zoals in seizoen 3 (kan ook de vierde reeks zijn). Dan veranderen ze binnen no time in een groep apatische wezens. Eten zoeken, ho maar, laat staan dat ze kruiden voor een kopje thee gaan zoeken. Ook in dit seizoen Robinson liggen de vrouwen bij voorkeur te zonnen op het strand en als ze wel wat doen schikken ze zich vrijwillig in het vooroorlogse patroon van “man op jacht, vrouw in de keuken”. Hebben we daar al die jaren reclame spotjes met sukkelende mannen voor gekeken!
Ik pleit dus maar voor een soort “remancipatie”, met de nadruk op “man”. Laten we ons even uit die positie van “sukkel” manoeuvreren en een jaartje commercials uitzenden waarin de vrouw de kluns is. Als ze daar dan net zo om kunnen lachen als wij in eerste instantie konden dan zijn we misschien echt gelijk. (en dan wordt het misschien meteen maar eens een keertje tijd dat Hilary Clinton president van de Verenigde Staten wordt)

Labels:

woensdag, september 12, 2007

Extra groene maand (deel 4)

Als collega G. je lekker probeert te maken met het sudderlapje dat ze die avond thuis gaat eten.
Als TakieTaak het heeft over “jé groene winkel”, terwijl ik nog maar 2 keer boodschappen heb gedaan bij de natuurwinkel.
Als Nakker beweert vooraan te staan in de rij, als hij ooit nog eens belandt in een Expeditie Robinson situatie en er moet een beest geslacht worden.
Betekent dat dan dat ik die lijn heb overschreden. Die grens tussen het gebied van “nog leuk” en “te fanatiek”? Worden mensen moe van mijn bio-praatjes, krijgen mensen juist méér zin in vlees en bespoten groenten als ze mijn verhalen aanhoren?
K. waarschuwde me weken geleden al in haar beste Nederdengels: “Je moet je niet holyer dan holy gaan gedragen op je weblog”. Ik zag het gevaar niet zo, want de extra groene maand was maar een experiment. Gewoon om het leven interessant te houden en om onszelf wat te entertainen. Toch merkte ik bij mezelf een zeker passie voor het onderwerp, een smeulend vuurtje, klaar om te ontbranden als ik de gelegenheid kreeg om er over uit te weiden en die momenten waren er plenty. Misschien lokte ik het zelf ook wel uit, door niet s’avonds, maar in de middagpauze de nieuwe groententas te halen en de mogelijkheden met gekochte groenten (koolrabi en snijbiet) te bespreken met mijn collega’s. (koolrabi op brood en snijbiet in een stamppot volgens collega E.)
Nu moet ik, na twaalf dagen extra groene maand, eerlijk zeggen dat ik waarschijnlijk geen vegetariër zal worden voor de rest van mijn leven (of ik moet zonder Nakker, maar samen met een paar andere softies die na het kijken in de langwimperige varkensoogjes het beest niet kunnen slachten, in een Expeditie Robinson-achtige situatie belanden) en ook de t.v. zal in Oktober wel weer aangaan. Maar die biologische producten, die blijven er wel in denk ik. Gewoon omdat dat ik er tegen ben dat er massaal roofbouw op onze aarde wordt gepleegd ter meerder glorie van het feit dat wij met z’n allen zoveel mogelijk willen consumeren en er eigenlijk niets voor willen betalen. Meer respect voor de aarde waarop we leven lijkt me echt op z’n plaats.
Maar goed, voordat je het weet wordt dat weer zo’n dogma en die zijn niet cool. Ik krijg er zelf ook jeuk van. Niet van mijn eigen stokpaardjes, maar die van opdringerige andere mensen. Iedereen moet het zelf maar uitzoeken. Maar tegelijkertijd mag ik er toch ook enthousiast over zijn? Voor mezelf? Gewoon omdat er gekookte biologische snijbiet op mijn bordje ligt? Jummie!

Labels: ,

maandag, september 10, 2007

Senseo-leed

Je kunt alles zeggen van de Senseo, maar het ding heeft ons, sinds dat ie in dit huishouden staat, toch weer aan het koffiedrinken gekregen. Het bakkie troost had voor mij zijn “jump the shark” moment toen ik jaren geleden mijn stage, in een kindertehuis, liet mislukken. Het zwarte goud bleek daar gebruikt te worden als smeermiddel voor eigenlijk alles. Wekelijkse personeelsgesprekken, one-on-one gesprekken met de monsters zelf en gesprekken met de stagebegeleider werden allemaal opgeleukt met een shot caffeïne en als je die naar binnen had gegooid was het tijd voor de tweede gigantische mok om het af te leren.
Tegen het eind van mijn stage liep ik daar even opgefokt rond als een kale gabber op een houseparty. Met een gelooide maag en een hartslag van een op hol geslagen paard zwaaide ik daar voortijdig de aftocht. Tot nooit weer ziens. Ook die koffie hield ik maar even voor gezien.
Totdat we een jaar geleden een blinkend Senseo apparaat kochten. Hier geen gemors met gemalen koffie en maatlepeltjes, maar keurige koffiepads in allerlei spannende smaken.
De euforie was echter van korte duur. Bij gebruik van de dubbele padhouder gaf het kreng opeens Haagse bakjes. De toch al kleine kopjes werden in de twee kopjes stand nog geeneens voor driekwart gevuld. Terug brengen dan maar? Nee, want: te lui. Daarbij deed ie het op de enkele stand eigenlijk prima. Alleen moet je dan wel erg opletten. In de reeks van handelingen die je moet doorlopen om twee enkele bakjes te zetten, raakt een dagdromer als ik namelijk nog wel eens de draad kwijt. Normaal is het: 1: Water er in, 2: Koffiepad in de enkele houder, 3: Klem naar beneden, 4: Druk op de knop voor een enkel koffie. (Hierbij vergeet ik gemakshalve even het gepruts met Cappucinopoeder en zoetjes).
Bij een herhaling van zetten ging ik al herhaaldelijk de mist in bij punt 3. De klem vergeten naar beneden te doen had als gevolg dat een kokend hete Niagara waterval van boven uit het apparaat begon te stromen. In de paniekreactie die daarop volgde probeerde ik al enkele malen het kopje, met het kostbare cappucinopoeder erin, te redden van het koffieloze water, waarbij het hete water (gloeiende, gloeiende! (Andre van Duin modus) over mijn handen stroomde.
Dacht ik wél na bij punt 3 en wachtte ik tevreden tot de koffie het Senseo kopje zou vullen, was ik vergeten de koffiepad van het eerste bakje om te wisselen voor een nieuwe verse, zodat het witte cappucinopoeder zich vermengde met het slappe aftreksel van de oude koffiepad en ik bleef zitten met een kopje cappucinomelk met een vleugje koffie.
Ik zal u verder niet vermoeien met mijn pogingen om mijn kopje cappucinomelk vervolgens te vermengen met een derde vers gezet bakje, zodat ik in ieder geval niets weg hoefde te gooien, maar de conclusie lijkt me duidelijk. Het moderne leven is niet makkelijk.
Misschien moeten we maar weer terug naar de Cola Light. Allebei onze eigen fles, zodat we het direct uit de koelkast (lees fles) kunnen drinken. Da’s pas makkelijk.

Labels:

woensdag, augustus 29, 2007

Het definitieve einde van de plasemmer.

Terug op mijn werk bleek maar weer eens wat voor een fantastische collega’s ik heb. Mensen die met je mee denken als je ergens mee zit en die je de oplossing voor je problemen op een presenteerblaadje aanreiken.
Zo vond ik vanochtend, om half acht, toen ik plaats wilde nemen achter mijn bureau een heuse P-bag op mijn toetsenbord. Een cadeautje van onze materialencoördinator. Nu had ik nog nooit van deze disposable plaszak gehoord, maar in genialiteit overstijgt het mijns inziens de kartonnen plashulp voor vrouwen, zoals die wel verkocht wordt in winkels van de ANWB. De plastic plastuit lijkt zo te zijn ontworpen dat er makkelijk ín de slaapzak geplast kan worden, of in de auto, met de linkerhand aan het stuur en de rechterhand in de plaszône.
Daarbij is de P-bag uniseks, wat betekent dat er door mannen en vrouwen in geplast kan worden. Na het urineren kan de zak makkelijk gedemonteerd worden en uit het autoraam, of uit de tent worden gegooid. Wat wil je nog meer!
Met dit handige hulpmiddeltje is de plasemmer nu voorgoed overbodig. Doe mij voor volgend jaar maar een doos P-bags.
(Die, naar nu blijkt, helaas door mijzelf volgeplast moeten worden. K. keek net naar de plastic plaszak en gaf aan ook daar niet in te zullen plassen. Pfff, moeilijk mens.)

Labels:

vrijdag, augustus 17, 2007

Modern ongemak

Het huren van auto’s heeft veel voordelen. Vandaag haalde ik een spiksplinternieuwe Golf op. Ik stapte de blinkend gepoetste auto in, snoof de kenmerkende nieuwe auto geur op en startte de bolide. Bijna geluidloos gleed ik naar huis. Ik dacht even terug aan onze oude Clio (moge hij rusten in vrede) waarin conversaties zonder te schreeuwen bijna onmogelijk waren. Was je van plan om muziek te luisteren in het oude brik, dan moest je wel bereid zijn om het volume bijna op tien te zetten. Maar in deze blauwe Volkswagen Golf had ik daar geen last van. Tevreden neuriede ik mee met een liedje op de radio.
Toch is zo’n nieuwe huur auto niet alleen maar halleluja. Zo moet ik altijd erg wennen aan de bijkomende toeters en bellen. In het verleden stond ik al eens bij een benzinepomp vol verbazing te staren naar het dopje van de benzinetank. Waar zat het sleutelgat in vredesnaam? Na tien minuten mijn hersens erover gebroken te hebben, liet ik mijn trots voor wat het was en riep de hulp in van de pompbediende. Die wees mij op een haakje aan de binnenkant van de voordeur dat je even naar je toe moest halen om het dopje te ontgrendelen. Benieuwd welke briljante geest dat bedacht heeft.
Het moderne snufje waar ik vandaag moeite mee had waren de elektrische ramen. In de oude Talbot Solara van vriend LeBrat drukte je gewoon op een knopje naar voren om het raampje naar beneden te krijgen en naar achteren om het ding weer te sluiten. Maar Volkswagen had blijkbaar een ander idee van logica. Om het autoraampje dicht te krijgen moest je niet op het knopje drukken, maar aan het knopje trekken. Kostte me ruim een kwartier om daar achter te komen en ik scoor toch best aardig op de i.q.-testen.
Dit probleem viel echter in het niets bij de moeite die ik had om te onthouden dat er een fietsendrager aan de achterklep van de Golf gemonteerd was (iets waar ik zelf om gevraagd had, want ik wilde ergens gaan fietsen). Deze fietsendrager was een modern gevalletje dat niet op een trekhaak gemonteerd was maar dat met haken aan de achterklep vast zat. Erg handig, ware het niet dat ik hardhandig geridderd werd bij het dichtklappen van deze deur. Met een doffe dreun belandde de aluminium buizenconstructie op mijn rechterschouder. Niet één, maar twee keer. Ik kromp ineen van de pijn maar vermande me. Elk normaal mens zou hierna zijn lesje wel geleerd hebben, maar ik niet. Eerst moest ik, eenmaal thuis gekomen, bij het uitladen van de auto het ijzeren geval nog een keer boven op mijn kop krijgen. Terwijl ik drie letter woorden uitkraamde verlangde ik eventjes terug naar die oude vertrouwde Clio.

Labels: , ,

zaterdag, juli 21, 2007

Van die jam

Nee, we hebben nog geen moestuin. Daar moeten we waarschijnlijk nog een jaartje op wachten. Wat we wel hebben is een zeer vruchtbare frambozenstruik.
Vier kilo vruchten plukten we daar vanaf dit jaar. Van de eerste 2 kilo maakte ik vandaag 8 potjes jam. Daarna ging ik met een biertje in de tuin zitten en was ik erg tevreden over mezelf.

Hier wat foto's.

Labels: ,

vrijdag, juni 15, 2007

Soep sentiment

Gisteren stond ik bij de Xenos enigszins in verwarring naar een schap producten te kijken. Op de bovenste plank stonden doosjes Cup-a-soup van het merk Royco. Het was alsof ik een oude kennis tegen het lijf liep. Zo iemand waar je in geen jaren meer aan gedacht hebt, maar die je op een onverwacht moment tegen het lijf loopt. Bij de bak rookworsten in de HEMA of zo.
Blijkbaar waren deze doosjes soep uit een van de buurlanden geïmporteerd, waar het merk Royco nog wel bestaat, want toen ik het later even Googelde bleek het betreffende merk al sinds 1998 niet meer te bestaan in Nederland. De eens zo trotse uitvinder van de Cup-a-Soup bleek te zijn opgegaan in het oer Hollandse Unox.
Opeens kon ik me de schok voorstellen van die Pool die laatst na 19 jaar wakker werd. Die was waarschijnlijk van een koude kermis thuis gekomen als hij, na het slaapzand uit zijn ogen gewreven te hebben, gevraagd zou hebben om een kopje Royco en een zak Pretletters. Nu waren deze producten voor de val van de muur daar waarschijnlijk al helemaal niet te koop, maar u weet wat ik bedoel.
Producten worden doorgaans met veel bombarie in de markt gezet maar als ze weer verdwijnen doen ze dat met de stille trom. Misschien moet er een gedenkplaats komen, een soort mausoleum voor gestorven merken, zodat we ons nog even voor de geest kunnen halen wat voor plezier we hadden met bijvoorbeeld Snor (fris met schuim er op, dat smaakt Snor!).

Labels:

woensdag, juni 06, 2007

Service

Wat voor service krijg je nou in dit land? Weinig. In Amerikaanse supermarkten pakken toeschietelijke bedienden de boodschappen voor je in en doet men niet moeilijk als je iets wilt ruilen en je het bonnetje bent verloren. (Tenminste, dat heb ik vernomen uit betrouwbare bron).
Hier moet je vaak drie kwartier wachten totdat je iemand aan de telefoon krijgt die je kan helpen met je internetaansluiting die het niet doet en zelfs dan krijg je te horen dat het je eigen schuld is, of dat ze je door moeten verbinden met de technische dienst, waarvoor je dan weer drie kwartier in de wacht moet staan.
Ook winkelpersoneel doet hier vaak verwoed z’n best om je zoveel mogelijk te negeren en houdt bij voorkeur een praatje met een collega om nog even goed duidelijk te maken dat je alleen interessant bent als je het verschuldigde bedrag overhandigt.
Daarom viel vanmiddag mijn mond open van verbazing, toen ik met Bureaumaatje bij de Kijkshop (!) stond. Ik was in de pauze even met hem meegenomen, omdat hij daar zijn strijkbout kon laten repareren. Er zat namelijk garantie op. Tot zover nog niet veel bijzonders, totdat mijn gewaardeerde collega op de weg terug zijn stoffen tasje opende. “Kijk eens wat ik heb gehad”, zei hij trots. Ik keek nieuwsgierig naar het verworven item en vroeg: “Wat is dat?”. Zonder blikken of blozen en alsof het de normaalste zaak van de wereld was antwoordde Bureaumaatje: “Een leen-strijkbout natuurlijk. Hoe moet ik anders strijken?”
Misschien, heel misschien komt het ooit nog wel eens goed in Nederland.

Labels:

zaterdag, juni 02, 2007

Instant Marinator

“Hoe krijgt ie die foto’s zo leuk naast elkaar in een framepje?(lees: freempje)”, hoor ik je denken. “Zo handig met computers is Ary nou ook weer niet” (..en bedankt he!).
Nou, dat doe ik met dit leuke Flickr tooltje. Nu denkt u na afgelopen week bij dit begrip misschien aan een injectienaald, maar dat bedoel ik niet. Wil je je foto’s eens een keertje wat anders op je blog, kijk dan maar eens op de betreffende site en dan weet je ook meteen hoe we ons trouwkaartje in elkaar hebben gezet.

“En wat is nou weer een Instant Marinator?", lees ik in je gedachtenwolkje. Dat wist ik eigenlijk ook niet, totdat de postbode ons gisteren deze vers gewonnen prijs overhandigde. Eenmaal uitgepakt was K. enigszins teleurgesteld. Het leek op een grote slabak met een Vacuvin er op en dat was ook precies wat het was. Maar wat moesten we ermee? Dat werd duidelijk na het lezen van de handleiding.
In deze slabak kan je erg handig kip of vis marineren. De bedoeling is dat je met de Vacuvin de porieën van het stuk vlees opentrekt, zodat de kruidige smurrie er in no time in kan stromen. De marineer tijd wordt zo verkort tot 5 minuten.
We hebben het vandaag meteen maar even geprobeerd en het werkt perfect! Petje af voor deze nieuwe keuken truc.
(En na deze uitgebreide reclame verwacht ik van de fabrikant eigenlijk wel gratis Marinators voor al mijn lezers)(alle vijf)

Labels:

dinsdag, mei 29, 2007

Whiff

De een zegt dat de mens verrot en slecht is en dat je je daar maar het beste bij neer kan leggen. De ander beweert dat de mens maakbaar is. Met wat kleine ingrepen kunnen we er alle vervelende kantjes van wegslijpen zodat de aarbol op den duur alleen nog maar bewoond wordt door lange androgyne mensen in zilverkleurige pakken met regelmatige gezichtstrekken die nog lekker ruiken ook. De eerste stap is al gezet met Whiff.

Labels:

maandag, mei 14, 2007

Klusje

Onder begeleiding van het orkest van Herbert Kreunemeyer begon ik vanochtend met het schoonmaken van de huiskamervloer. “Grappig he?”, zei K. “Dat dit de laatste tijd een beetje jouw klusje is geworden”. Nou, zo grappig vond ik dat niet, maar enigszins logisch was het wel. Sinds de introductie van mijn vierdaagse werkweek (4x9) was ik namelijk opeens een extra dag vrij. Een dag die vervolgens helemaal werd volpropt met huishoudelijke taken waar we in het weekend geen zin in hadden.
Dus pakte ik vanochtend de Swiffer, een huishoudelijk hulpstuk dat destijds met veel enthousiasme in de markt werd gezet. Volgens de fabrikant was het “Swifferen” zo makkelijk, dat zelfs mannen dit zonder moeite konden doen. Het apparaat werd vervolgens uitgerust met een reservoir, gevuld met schoonmaakmiddel, dat je gedurende de slavenarbeid op de grond kon spuiten. Zo kon je de vloer met een vochtige doek schoonmaken, zonder dat je daarbij door de knieën moest. Als man was ik daar natuurlijk uitermate mee in mijn nopjes. Een dweil en een wisser was namelijk veel te moeilijk voor mij. Die dekselse Swiffer leek voor mij gemaakt. Totdat ik opeens geen droge doeken meer kon krijgen voor mijn schoonmaakstok. Bij de Blokker viel me ook op dat het systeem+reservoir al helemaal niet meer te krijgen was. Het hele programma bestond nu uit een stok zonder reservoir. De droge doeken waren vervangen door een soort vochtig toiletpapier dat je aan de stok moest bevestigen. Een lapje dat na twee keer strijken al weer opgedroogd was.
Als man was ik hier door enkele dagen van slag. Hoe moest dit nu verder? Terug naar de dweil + trekker en hier dan maar een cursus voor volgen? De evrouwcipatie van de man werd hiermee weer jaren terug in de tijd geworpen. Swiffer, bedankt!

Labels:


 

 Subscribe in a reader