donderdag, juli 17, 2008

Drama

K. kan er niet naar kijken, naar die Tour en eigenlijk kan ik dat ook wel een beetje begrijpen. Drie uur naar een kudde fietsende mannen zitten koekeloeren, dat lukt mij eigenlijk ook alleen maar bij de spannende bergetappes. Daarom pas ik de truc van de tour-pool toe om het allemaal wat interessanter te maken. Vroeger keek ik om de Nederlanders te zien winnen, maar die verstoppen zich tegenwoordig achter in het peloton of rijden voor een Rus. Nu heb ik mijn eigen groep van vijftien renners die punten voor me proberen te scoren. Zonder veel succes overigens, maar het zorgt er wel voor dat ik tussen vier en vijf aan radio of t.v. gekluisterd ben.
Wat ook helpt, om de Tour de France wat interessanter te maken is drama en dan niet van het kinderachtige soort, zoals een valpartijtje waarbij er iemand een pols of sleutelbeen breekt, of in een ravijn belandt. Nee, echt leuk wordt het met een dosis drama van het klassieke soort. Denk aan Shakespeare, aan de Griekse mythologie. Messen die in ruggen worden gestoken, gifbekers die er worden uitgedeeld of vrijwillig worden ingenomen. Overheidsdienaars die vervolgens binnenvallen, krijgers die worden geslachtofferd en publiekelijk aan de schandpaal worden genageld. Ontwikkelingen waarbij je je steeds weer afvraagt wie wat gedaan heeft en wie er deugt en wie niet. Wie is er goed, wie is er slecht, wie is er zwart en wie wit?
Vandaag weer fijn schande gesproken over Ricco en consorten. Ik vertrouwde het al niet, toen hij en z’n maatjes zo makkelijk de Pyreneeën opfietsten. “Shame on you Ricco!”, of pech dat jij gepakt bent en de rest van je collega’s in het peleton niet?

Labels:

donderdag, juni 19, 2008

The Gipper

Met mijn specifieke roots (geref.vrijg.) vrees ik nog vaak met grote vreeze voor het hellende vlak. De gladde zeephelling waarop al menigeen zijn grip op het leven heeft verloren om al glibberend het verderf tegemoet te glijden. Als je niet uitkeek glee je van een feestje met bier en popmuziek , via complete bacchanalen waar iedereen het met iedereen deed, naar een plaatsje onder een brug met een naald in je linker- en een fles jonge jenever in je rechterhand. Het was dus uitkijken geblazen, oppassen waar je je voeten neerzette.
Maar als je het hellende vlak had ontweken was je er nog niet. Er was ook nog zoiets als verdwazing. Dat je een onschuldige hobby had die, zonder dat je er erg in had, zich ontwikkelde in iets waar je niet meer buiten kon. Sportverdwazing. Voordat je het wist had je het opgelopen. De ene dag speelde je nog nietsvermoedend een potje voetbal met de jongens in de buurt en een paar maanden later kon je geen uitzending van Studio Sport meer missen.
Toen ik vanmiddag met Nakker het pauzerondje liep, vroeg ik me even af of ik dat punt bereikt had. Drie weken geleden was er nog niets aan de hand en ondanks het feit dat de EK er aan kwam kon voetbal me eigenlijk gestolen worden. Ik kon me wel driehonderd dingen bedenken die ik belangrijker vond. Maar vandaag vroeg ik me tijdens onze wandeling af hoe het verder moest met onze jongens, nu het niet meer zeker was of onze beste verdediger Boulahrouz, wegens privé omstandigheden, de volgende wedstrijd wel zou meespelen.
Nakker en ik schetsten twee scenario’s. Of Khalid zou meedoen, bewondering afdwingen van de hele wereld en een heldenwedstrijd spelen, of hij zou niet meespelen wat zou resulteren in een speciaal soort motivatie bij het team. Het "win one for the Gipper” fenomeen. Uitleg in het kort (voor degenen die te lui zijn om het Wikipedia artikeltje te lezen): the Gipper was een beroemde Amerikaanse football speler die jong stierf en volgens de legende op zijn sterfbed zijn coach vroeg er een te winnen voor the Gipper, wat resulteerde in een miraculeuze overwinning op het team dat tot op dat moment ongeslagen was gebleven.
Oranje zou er ook een kunnen winnen voor the Gipper, Boulahrouz. Ik kreeg er al helemaal een warm gevoel van. Totdat ik de stem van Freek de Jonge door mijn hoofd hoorde echoën: “het is maar een spelletje…..-elletje”.
Ik leek de realiteit even kwijt. Even leek ik te zijn uitgegleden over de groene zeep. Verdwaasd bedacht ik me dat ik het feit dat hij een kind was kwijtgeraakt even voor het gemak opzij had geschoven voor een spelletje dat opeens zo belangrijk had geleken als de slag bij Heiligerlee terwijl ik me nog zo had voorgenomen om daar niet in te trappen.
“Het is maar een spelletje” is nu dus mijn mantra. Ik herhaal (en adem door de neus): “het is maar een spelletje”.

Labels:

dinsdag, juni 10, 2008

Wij zijn de beste (deel 2)

Hij heeft gelijk, maar ik vind het moeilijk om toe te geven. Z’n kop staat me namelijk niet aan. Die irritante grijns op zijn gezicht, dat betweterige toontje, z’n vervelende stukjes in de VPRO gids en dan die pogingen om z’n misantrope boodschap door m’n strot te duwen. Daar hou ik niet zo van. Dus na “Blauwe Maandagen” vermeed ik hem maar een beetje. Totdat ie met Tirza een aantal belangrijke prijzen in de wacht sleepte. Toen werd ik toch weer benieuwd. Dus kocht ik het boek van de bebrilde krullenbol voor een paar euro’s bij de Wehkamp (!) en las het in een paar avonden uit. Een goed verhaal, concludeerde ik, dat ook nog eens goed is geschreven. De mens in deze westerse samenleving komt er alleen niet zo goed vanaf. Onder het dunne laagje beschaving, waar ie zich krampachtig aan vast probeert te houden, is hij eigenlijk niet meer dan een beest.
Dat Arnon Grunberg daarin gelijk heeft, daar kwam ik gisteravond weer achter.Van het idee van de wereld als klein dorp, waarin je nationaliteit eigenlijk geen rol van betekenis meer speelt en waar ik twee stukjes geleden nog helemaal enthousiast over kon worden, daar bleef, toen ik me eenmaal voor de t.v. had verschanst, weinig meer van over. Zonder enige terughoudendheid, wierp ik het laatste restje beschaving van me af en brulde mijn nationale voetbalteam (“Schiet hem er in, nu!!!) naar de overwinning. “Doe toch eens even normaal”, probeerde K. die voor het eerst kennis maakte met de Nederlandsche leeuw in mij, er af en toe tussendoor. Maar mijn nationalisme was blijkbaar toch sterker dan mijn mededogen voor de trommelvliezen van mijn partner.
Was ik achter die beschaafde façade dus eigenlijk niets meer dan een nationalistisch beest? Is de mens van nature echt zo slecht? Is Arnon Grunberg eigenlijk een Calvinist?
Maar toen ik vandaag langs het huis van onze Vietnamese buurman reed en de oranje vlaggetjes zag, die hij in zijn tuin had opgehangen kreeg ik eventjes een warm gevoel van binnen. Het waakvlammetje van de hoop op beter, van het geloof in de goede bedoelingen van sommigen onder ons, werd weer even aangewakkerd. Misschien gaat die multiculturele samenwerking dan toch werken. Nieuwe Nederlanders die samen met ons, bleekscheten, het nationale team aanmoedigen. Dat geeft hoop op een betere wereld.
Misschien is het wel gezonder om in Toon Hermans te geloven dan in Arnon Grunberg.

Labels: ,

vrijdag, juni 06, 2008

Bezweringsritueel

Wel doen of niet doen? Ik neig sterk naar wel, want ik moet nog minstens 25 jaar mijn brood in het zweet des aanschijn verdienen en ik heb zware vermoedens dat het versturen van inkooporders en het uitzoeken van probleemfacturen me na verloop van tijd wat gaat vervelen.
Daarom zit in het auditorium van een groot scholencomplex en luister naar een man in een pak. Hij is het hoofd van een afdeling met zo’n naam die je na 2 seconden alweer vergeten ben. Iets met communicatie en marketing of zo. Hij heet ons van harte welkom. Ik wapper mezelf koelte toe met het programma van de open dag, want het is benauwd die dag. “Als je met een van onze deeltijdopleidingen begint“, vertelt de man, “dan moet je wel weten waar je aan begint. Het zal je hele leven gaan beïnvloeden. Het is niet iets wat je zomaar moet gaan doen. Stel het thuisfront op de hoogte van je plannen en overleg met je partner hoe je dit gaat organiseren”.
Ik krijg het nog warmer. Angst voor het onbekende, denken dat ik het niet kan, dat zijn eigenschappen die er bij mij al ingebakken zitten. De ervaring leert dat als ik daar naar blijf luisteren mijn leven er uit gaat zien als een bewolkte lentedag. Goed genoeg, maar je hoopt toch dat het zonnetje een keer gaat doorbreken.
Misschien moet ik mijn jasje even uitdoen. Ik vouw hem zo klein op dat hij in het minuscule rugzakje past dat ik heb meegenomen. Het enige dat er inzit is een blocnote en een pen. “Altijd een schrijfblok meenemen als je naar een vergadering gaat”, adviseerde het toenmalige hoofd van de inkoopadministratie me eens. Dan kom je wat gemotiveerder over.
Er gaat een jongen naast me zitten. Hij lijkt het nog warmer te hebben dan ik. De klamme haren in zijn nek doen me denken aan de pels van de visotter die ik laatst zag in Planet Earth, de gelauwerde natuurdocumentaire serie van de BBC. Op zijn schoot ligt een folder van een masteropleiding. Waarvoor, dat kan ik niet zien. Misschien moet ik hem even een vriendelijk knikje geven , bedenk ik me, maar hij blijft strak voor zich uit kijken. Rare vogel. Waarom zit-ie zo vreemd rechtop? Ik mis de helft van de toespraak van het pak en zie de stramme robot naast me een raar ritueel uitvoeren. Hij buigt zich lichtjes voorover en lijkt met zijn armen, gebogen in een vlekkeloze hoek van 90 graden, de afstand tot de stoel voor hem te schatten. Zachtjes tikt hij de rugzitting aan. Dit herhaal hij nog twee keer, rommelt wat met de folder op zijn schoot en gaat weer rechtop zitten. Zijn blik nog steeds strak naar voren.
“..en nu kunt u naar het locaal van de opleiding van uw keuze. Daar kunt u alle vragen kwijt die u wilt stellen. Dank u wel voor uw aandacht”, zegt onze spreker. Mijn buurman staat op en ik volg hem, de trap op naar beneden.
Misschien heb ik ook iets nodig om mijn angst mee te bezweren, bedenk ik me, een vreemde gewoonte waarmee ik alle twijfels en onzekerheden, die dit soort keuzes met zich mee brengen kan bezweren. Zou dat helpen?

Labels:

zondag, juni 01, 2008

Wij zijn de beste.

Waar was jij toen Nederland het EK voetbal won in 1988? Ik kan het me eigenlijk niet goed herinneren. Wat ik wel weet was dat ik bij mijn ouders was, niet echt de meest enthousiaste Oranje fans die je je kunt voorstellen, maar wel gezellige meekijkers. Na de gewonnen wedstrijd gingen we nog even de straat op. Zelfs in het bedeesde dorp waar ze wonen werd er gefeest en reden de dronken fans toeterend door de straten. Onze jongens hadden gewonnen en ook de mensen die eigenlijk niet van voetbal hielden en nog nooit een wedstrijd hadden bezocht waren oprecht gelukkig. Alsof we de slag bij Heiligerlee hadden gewonnen, of die bij Nieuwpoort. Of hadden we toen het onderspit gedolven? Misschien dat Geert Mak het nog weet. In ieder geval appelleerde de overwinning op de Germanen in 1988 waarschijnlijk aan vroegere veldslagen, iets dat waarschijnlijk in onze genen zit of in ons collectieve geheugen. Waarom laten mensen die anders altijd neerkijken op de wekelijkse waanzin van het voetbalgebeuren opeens hun reserves vallen als ons nationale team, ons Oranje zegeviert op alle fronten?
Opeens zijn we allemaal Trots op Nederland. Klinkt een beetje eng vandaag de dag.
Zelf ben ik een gematigde voetbalfan en sinds ik niet meer alleen woon ben ik nog gematigder geworden. Sinds die tijd koop ik geen 2 cd’s meer per week en mis ik geregeld de samenvattingen van eredivisiewedstrijden. Ingrediënten van een lang vervlogen vrijgezellen leven die zomaar weer de kop kunnen opsteken. Zeker in tijden als deze, als corporate Nederland er zijn zinnen op heeft gezet om die Oranjekoorts er weer eens goed in te pompen bij de consument.
Eigenlijk,als ik er verstandelijk naar kijk, vind ik dat opgeklopte nationalisme niet zo opbouwend. We zouden, nu de wereld door goedkope vliegreizen en internet eigenlijk een groot dorp is geworden, allemaal wereldburgers moeten zijn en met elkaar als individuen omgaan. Als ik in Volkskrant Magazine kamerlid Fleur Agema hoor zeggen dat ze toch zeker weet dat onze cultuur beter is dan de islamitische dan word ik echt een beetje misselijk. Nationalisme, het windmolen en tulpen gevoel, lijkt steeds meer geclaimd te worden door bedenkelijke types.
Maar goed, voetbal als vervanger van bloedige veldslagen, zoals die bij Heiligerlee, is natuurlijk best nuttig. Het kanaliseert de testosteron, die bij ons mannen, toch door de aderen vloeit en als we door die wekelijkse uitzending van Studio Sport, de Champions league en de interlands elkaar de hersens niet meer inslaan, dan moeten we vooral met chips en bier op de bank onze nationale teams aanmoedigen, in plaats van zwaarden en geweren.
Daarbij lijkt Oranje, een voetbalteam met autochtone en tweede generatie allochtonen, op wat incidenten na (dat gezeik over de kabel) toch steeds maar weer een bewijs dat een multiculturele samenleving kan werken als je een gezamenlijk doel hebt.
Dus vul ik maar weer de E.K pool in en ga ik straks vast wel met een raar hoedje op de bank zitten om onze jongens aan te moedigen. Voor een paar weken ben ik trots op Nederland.
Maar daarna gaan we weer gewoon normaal doen he!

Labels:

woensdag, april 23, 2008

Niets nieuws onder de zon

Opmerkingen en statements die door sommige mensen met een zekere achteloosheid de wereld in worden geslingerd, hebben bij anderen zo’n impact dat ze een leven lang blijven hangen. Zo was er een moment bij mijn tante W. thuis, dat een vriend van haar (als ik me niet vergis, die ene met die benijdenswaardige baan van vormgever bij een stripboekenuitgeverij) beweerde dat elk verhaal eigenlijk al een keer geschreven was. Zelf het meest originele, net nieuw uitgekomen boek, was volgens hem te herleiden tot een paar basis ideeën, die allang door anderen gebruikt waren in eerdere boeken en vertellingen.
Ik was even stil na het horen van deze revolutionaire stelling. Hij kwam me wat negatief over, ondanks het feit dat ie misschien wel waar was. Ik dacht even aan dat baanbrekende stripboek, dat ik ooit nog eens wilde maken. Die tragikomische, rijk geïllustreerde ontwikkelingsroman en volmaakte mix van tekening en tekst die het stripverhaal nou eindelijk eens zou verheffen tot kunstvorm. Ja, daar hoefde ik dan eigenlijk niet meer aan te beginnen. Het verhaal zou al geschreven zijn en daarmee eigenlijk overbodig.
Later, bij het herkauwen van deze opmerking kon ik nog steeds niet beslissen of ik het eens was met de vriend van tante W. Voorheen was ik er eigenlijk altijd vanuit gegaan dat ieder mens uniek was en dat iedereen zijn eigen volkomen originele verhaal met zich mee droeg. Maar misschien waren we al jaren, misschien wel eeuwen bezig met een herhaling van zetten. Elk verhaal was al verteld en elk leven al een keer geleefd. Eigenlijk is er niets nieuws meer onder de zon.
Toen ik vanochtend het nieuws hoorde dat zwangere vrouwen, die geen ontbijt eten, meer kans hebben om een dochter te baren dan een zoon, bedacht ik me dat ik de vriend van tante W. maar eens naar de universiteit moest sturen. Kan ie ze daar vertellen dat elk onderzoek ook eigenlijk al een keer is gedaan en dat alles valt te herleiden tot een paar basis principes. Misschien dat hij op die manier in staat is het heilige vuur te doven van al die goedbedoelende mensen die bezig zijn met een, in hun ogen bijzonder belangrijk, maar voor de rest van de wereld totaal overbodig onderzoek.

Labels:

woensdag, oktober 10, 2007

Jaap

Op de verjaardag van mijn vader zit ik tegenover Jaap. Dat is niet zijn echte naam, hij heet namelijk Gerrit (nee, ook niet natuurlijk).
Jaap is iemand met een gezegende leeftijd, die regelmatig wordt bezocht door mijn ouders. Ze houden als het ware een oogje in het zeil. Hij, op zijn beurt, bezoekt mijn vader dan weer op zijn verjaardag, waar hij gezellig een kopje thee meedrinkt, maar “nee” zegt tegen het gebak, want hij heeft net warm gegeten.
Bij Jaap is elke opmerking raak. Zijn gevoel voor humor heeft zich in de vijfenzeventig jaar dat hij op deze aardkloot rondloopt ontwikkeld naar een niveau waar sommige cabaretiers jaloers op kunnen zijn. Eigenlijk moet Jaap een show vind ik, iets in de regio waar hij woont, op RTV Rijnmond of zo.
Nu is het wel zo dat de lach en de traan doorgaans dicht bij elkaar liggen. Mensen die zo gevat zijn, hebben vaak ook wel wat meegemaakt. Hebben de humor gebruikt om de ellende wat draaglijker te maken. Die aap komt dan ook al snel uit de mouw. Het is een Indonesische. Geen idee wat voor apen je in Indonesië hebt, maar dat is iets wat Jaap zeker zal weten.
In de jaren na de tweede wereldoorlog ging hij namelijk als vrijwilliger naar Indonesië. In het Nederlandse leger probeerde hij daar ons gekolonialiseerde gebied te beschermen tegen rebellen wiens namen doorgaans begonnen met “soe” en eindigden met een “o”.
“Ik zou je niet aanraden om nu naar Indonesië te gaan” zegt Jaap, als we op dit onvermijdelijke onderwerp zijn aangekomen. Zijn grapgemiddelde is gezakt naar het nulpunt en vertelt over die reis die hij zelf ooit maakte, ergens in de jaren zeventig of tachtig. Jaren nadat hij daar in Nederlands soldatenuniform rondliep. “Ze hebben het land kapot gemaakt”, zegt hij. “Ladenlichters zijn het, raddraaiers, die mensen die daar nu in de regering zitten. Wat een armoe en ellende heb ik daar gezien”.
Ik probeer nog een opmerking te maken over de tijd die zo’n land, dat nog maar zo kort onafhankelijk is, waarschijnlijk nodig heeft om een beetje op orde te komen, maar ik staak mijn poging al snel. Ik gun hem zijn frustratie. Wie zit er, na alles wat hij daar heeft meegemaakt en gezien, te wachten op iemand, als ik, die vanaf de zijlijn wijsneuzerige opmerkingen zit te maken.
Onwillekeurig moet ik denken aan die volgende lichting Nederlandse soldaten die, net als toen, verzeild zijn geraakt in een oorlog (of is het een opbouwmissie?) waar je op z’n minst z’n vraagtekens bij kunt zetten.

Labels:

vrijdag, september 14, 2007

Het circus is in de stad!





















Nakkers keiharde onderhandelingen voor een circuskaartje:

Nakker: “Hoeveel kost een kaartje?”
Ticketman: “20 euro”
Nakker: “Ja, maar ik hoorde dat je 50% korting kon krijgen”
Ticketman: “Klopt. Die kortingsbonnen liggen bij de supermarkt”
Nakker: “Welke supermarkt?”
Ticketman: “Weet ik niet, maar je kunt ook naar onze website gaan”
Nakker: “De website?”
Ticketman: “Ja, daar vind je een kortingsbon en die kan je uitprinten”
Nakker: “Hmm”
Ticketman: “Je kan me ook het nummer van je mobieltje geven. Dan essemmessen we de korting naar je toe. Moet je wel even aan me laten zien dan”
Nakker: “Maar ik heb mijn mobieltje niet bij me”
Ticketman: “…”
Nakker: “Kan ik die korting dan niet gewoon krijgen, zonder kortingsbon of essemmesje?”
Ticketman: ”….”
Ticketman: “Okay. Maar alleen voor deze keer dan”

Labels: , ,

zaterdag, september 01, 2007

Er is er een jarig..

Nee, ik ben niet jarig. Zij is jarig, maar ik dacht even een oude foto te moeten opdiepen om aan te geven wat het verschil tussen de persoonlijkheid van Bee en die van mij is en hoe vroeg dat al zichtbaar was.
Mijn goede vriendin omarmt het leven namelijk op een uitbundige manier. Met de turbo er op werkt ze het ene na het andere project af, doet ze opleiding na opleiding, sjouwt van hot naar her, voedt en passant nog twee pubers op en weet toch aardig haar geestelijke gezondheid te behouden.
Ik, daarentegen, bleef eens 10 jaar bij eenzelfde baas zitten, gewoon omdat ik het daar zo gezellig vond, proefde een aantal jaren van een HBO opleiding om hem vervolgens niet af te maken en kinderen? Nee bedankt, die beker laat ik even aan me voorbij gaan.
Met andere woorden: Bee ligt met haar armen in de taart en ik neem er voorzichtig met mijn vinger een likje van.
En nu als de gesmeerde bliksem naar haar site om haar even te feliciteren.

Labels:

vrijdag, juli 20, 2007

Bergafwaarts

Iedereen hoopt oud te worden, zo oud mogelijk, maar of dat altijd een benijdenswaardig proces is, dat is natuurlijk de vraag. Collega M. had deze week in ieder geval haar handen vol aan haar moeder die zo geschrokken was van de plotselinge gebreken van haar ouderdom, dat ze het daardoor even niet helemaal meer trok.
Gelukkig zijn er dan altijd weer mensen, zoals mijn collega, die dan even bijspringen, met hulp of goede adviezen.
Ook de fietsersbond had deze week in de “kwaliteitskrant” De Telegraaf een goed advies. Of misschien meer een goedbedoeld advies. De fietsen van alle 55 plussers zouden moeten worden voorzien van zijwieltjes, omdat mensen op die leeftijd het verkeer niet meer goed kunnen inschatten. Ik weet niet wat me meer choqueerde; de trainingswieltjes of het feit dat je op deze leeftijd al als bejaard wordt gezien. Over 15 jaar is het dan al zover voor mij. Ik sta op dit moment dus op de top van mijn curve en vanaf nu af aan is het bergafwaarts op het pad dat me via een omgekeerde postpuberteit (oude man met vieze praatjes op het kantoor), via de lagere schooltijd (zijwieltjes op de fiets) weer zal doen terugkeren naar het vegeterend bestaan van een baby (verzorgingstehuis met een Tena luier om). Hoe kan ik dit proces stoppen?
Maar dan moet ik opeens denken aan mijn ouders die op hun zeventigste nog de Noordzee route aan het fietsen zijn, zonder zijwieltjes en die daarbij nog kamperen en in jeugdherbergen slapen. In plaats van ouderen na hun vijftigste al zijwieltjes aan te praten, kan je ze beter stimuleren om gezond te leven, regelmatig te sporten en eens te stoppen met roken, zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot supergrannies die in een rechte lijn kunnen fietsen en tijdig kunnen stoppen bij een kruising. Draai die wieltjes eraf, gooi weg die luier en leef!

Labels: ,

zondag, juni 17, 2007

Durf te mislukken

Tip 3 uit de NRC Next guide : “Gelukkig op je werk in 36 stappen” is: “Durf te mislukken”.
Goed advies, maar toen ik gisteren in de film “the Pursuit of Happyness” (gebaseerd op een waargebeurde feiten, iets dat een woensdagavondfilm doet vermoeden, maar kwalitatief toch beter uitvalt) de hoofdpersoon door San Francisco zag sjouwen met een moeilijk te verkopen botscanner, werd het me duidelijk dat het niet meer is als goede raad. Mensen die risico’s in het leven hebben genomen en vervolgens de vruchten daarvan hebben kunnen plukken zullen het er mee eens zijn, maar evenzoveel mensen durfden te mislukken en mislukten ook inderdaad. Will Smiths personage kocht bijvoorbeeld een pallet van die bonescanners die hij vervolgens in zijn flat opsloeg. Toen bleek dat artsen het ding eigenlijk als een overbodige luxe beschouwden, werd hij daardoor veroordeeld om maandenlang met onverkoopbare waar te leuren. Iets dat hem aan de rand van de afgrond bracht en ook nog eens zijn huwelijk kostte. En hij is niet de enige. Zo kende ik iemand in het verleden, een collega die een bar kocht om zijn lang gekoesterde horeca dromen waar te maken. Het café ging op de fles en hij leefde jarenlang op een, door de schuldsanering vastgesteld hongerloontje. Denk maar niet dat dat in die tijd erg bijdroeg aan de werkvreugde.
Zo blijven de 36 stappen goedbedoelde tips. Misschien heb je er wat aan, maar verstandiger lijkt het om je eigen plan te trekken. Er achter komen wat je gelukkig maakt. Zoals de Nijmegenaar die het VWO afsloot met negen tienen en vijf negens. Die wordt lekker buschauffeur.

Labels:


 

 Subscribe in a reader