donderdag, mei 22, 2008

CCTV

Wat heb ik na een weekendje Londen geleerd over de stad en haar bewoners? Na drie dagen zij aan zij met hen door de winkelstraten en de metrogangen geschuifeld te hebben moet ik daar toch wel iets zinnigs over kunnen zeggen?
Beleefd. Dat zijn ze daar in ieder geval. De eerste Londenaar die ik sprak, de jongen aan de informatiebalie van het Londense openbaar vervoer liet daar een sterk staaltje van zien. Uitgebreid en uitermate toeschietelijk legde hij uit wat de mogelijkheden tot vervoer waren en welk kaartje we het beste konden kopen. Zijn serieuze betoog wisselde hij af met een paar leuke grappen en stuurde ons dus zo met een uitermate prettig gevoel de Heathrow Express in.
In het overvolle weekend dat volgde kwamen we nog veel meer vriendelijke autochtonen tegen, mensen die ons glimlachend de weg wezen, ons een knikje van herkenning gaven, als we voor de zoveelste keer in de avondwinkel bier en chips kwamen halen. Zelfs de straatcolporteurs waren niet opdringerig. Ik vroeg me af hoe ze dat voor elkaar kregen, die chronische beleefdheid en waar hun zwakke plek nou eigenlijk zat.
Die vond ik toen ik in een souvenirwinkeltje een foto van K. wilde maken. “Excuse me!”, riep een vrouw van achter in de winkel toe. Ze keek me kwaad aan. “No pictures!”. “Was dit een incident?”, vroeg ik me af. Maar toen ik s’nachts tegen een uur of twee bij de Mc Donalds een foto maakte van K. en haar broer, werd ik weer op mijn vingers getikt. Nieuwsgierig naar deze onverwachte strengheid vroeg ik de man in uniform waarom ik buiten op de straat wel foto’s mocht maken en binnen niet, legde hij mij (overigens weer erg vriendelijk) uit dat mensen dat daar niet op prijs stelden. Ze voelden zich dan enigszins in hun privacy aangetast.
Toch vreemd in een stad, waar overal de CCTV camera’s zijn opgesteld en waar je op elke hoek van de straat bekeken lijkt te worden door de lange arm van de wet.
Maar goed, misschien was mijn kleine cameraatje de druppel die de emmer liet overlopen?

Labels:

dinsdag, september 04, 2007

Kamperen (?)

Ook rijke Amerikaanse snotneuzen willen wel eens kamperen.
Die gaan dan hier naar toe.

"James, wil je plasemmer even aangeven?"

Labels:

maandag, augustus 27, 2007

Op de camping (deel 3)

K. maakte me wakker. In de donkere tent kon ik nog net haar angstige, wijd opengesperde ogen ontwaren. “Er zit een beest in de tent”, zei ze. Geen reden om in paniek te raken, was mijn oordeel. Zo lang het geen wild zwijn was zaten wij veilig in onze binnentent, toch?
Maar zo makkelijk kwam ik er niet vanaf. Het geknabbel en gekrabbel van het beest zou K. de hele nacht uit haar slaap houden en aangezien ik de man in het huishouden was, werd ik geacht dit op te lossen. Waarom het voor een man minder erg is om door een hondsdolle vleermuis, of een met de pestpokken besmette rat in de hals gebeten te worden begreep ik niet echt en stelde me dus terughoudend op. Zo terughoudend dat K. een tentstok greep en zelf maar op de plaats begon te prikken waar het geluid vandaan leek te komen. Ik volgde haar voorbeeld. In het gunstigste geval zou ik misschien een knaagdier spietsen wat we de volgende dag op de barbecue zouden kunnen leggen, zodat we eens een dagje niet langs de Carrefour zouden hoeven.
Maar het enige wat we doorboorden was een halfverzopen stokbrood. Dus kropen we maar weer in bed en maakte ik K. wijs dat het geluid vast van de plastic verpakking van de baguette afkomstig was geweest, zodat ze weer rustig kon slapen.
Toen ze vijf minuten later weer in slaap was gevallen, ging het beest weer vrolijk verder met knagen en ik kon hem geen ongelijk geven. Als je in de natuur wil slapen, moet je de natuur blijkbaar af en toe wat terug geven. En als dat een vochtig stokbrood is, dan heb ik daar wel vrede mee, bedacht ik me en trok de slaapzak over mijn oren.

Labels:

Op de camping (deel 2)

Dat de carrière van de plasemmer in dit campinghuishouden geen lang leven was beschoren had niemand kunnen vermoeden. Twee weken geleden werd dit plastic urinoir van het merk Curver namelijk nog met gejuich begroet. Iets waar ik eigenlijk wel blij mee was, want het had me nogal wat moeite gekost om het ding op te snorren. Na alle campingwinkels in Zwolle te hebben afgestruind, moest ik helemaal uitwijken naar Hattem om er een aan te kunnen schaffen. Voor de prijs (bijna 10 euro) zou je een high tech apparaat verwachten (mijn nieuwe mobieltje kostte namelijk ook zoveel), maar uiteindelijk bestond dit campingtoilet uit maar twee gedeelten: een emmer en een bijpassend deksel.
Toch leek het ding op de eerste kampeernacht zijn gewicht in goud waard te zijn. Niemand gaat namelijk op een pikdonkere en regenachtige nacht op zoek naar het toiletgebouw. Op primitieve campings als de onze zijn die namelijk niet verlicht en voordat je het weet lig je in een of andere greppel en kan je de weg niet meer terug vinden. Dus plasten we allebei op de emmer en gingen tevreden weer slapen.
De volgende ochtend begrepen we opeens waarom toiletemmers blijkbaar niet meer zo populair zijn. De dingen moeten namelijk ook geleegd worden. Een vies werkje waar menig mens niet voor te porren is. Zo herinnerde ik me opeens de genante tocht die ik als kind, met de toiletemmer over de camping moest maken. Een wandeling die een vaste hand vereiste, want als je teveel met de emmer bungelde liep je het gevaar dat de urine van je broertjes en zusjes over de rand sloeg, tegen je benen aan.
Ook K. en ik konden het er niet over eens worden wie deze plascocktail in de w.c. zou ledigen. Uiteindelijk streek ik met mijn hand over mijn hart, maar zwoer meteen dat ik het ding nooit zou legen als ik er zelf niet in geplast had.
K. beweerde dat ze de emmer sowieso nooit weg zou brengen. Dus stond het ding na één dag doelloos in een hoek van de tent en zochten we ’s nachts op de tast de weg naar het plashuis.
Iemand nog belangstelling voor een tweedehands plasemmer?

Labels:

zondag, augustus 26, 2007

Op de camping (deel 1)

Oploskoffie?! De toon in de stem van mijn moeder viel het best te omschrijven als een mix van ongeloof en dédain. Echte kampeerders, zoals mijn ouders, zetten namelijk hun eigen koffie en gieten het water dat ze net op hun campingbrandertje gekookt hebben, door een speciaal hiervoor aangeschaft minifiltertje.
Nu zijn wij natuurlijk ook geen echte kampeerders. De enige tent die we de afgelopen drie jaar van binnen zagen was de partytent op het twaalf en een half jarig huwelijksfeest van mijn zus. Wel gaven we scheppen met geld uit aan dure hotelkamers.
Daarom was ik er bijna trots op dat ik, in het telefoongesprek met mijn moeder kon melden dat we onze Vrijbuitertent weer uit de mottenballen hadden gehaald en dat we van plan waren om (let wel) een hele week in de vrije natuur door te brengen. Ik kon me er al helemaal op verheugen om na zeven uur rijden de tent weer op te zetten en met een hete kop oploskoffie voor de tent plaats te nemen.
Na zes uur rijden en met Yport (het plaatsje dat we voor onze kampeervakantie hadden uitgezocht) in het vizier, begreep ik opeens weer waaróm we die tent eigenlijk zo lang op zolder hadden laten liggen. De regen kwam namelijk met bakken uit de hemel en het gezicht van K. leek opeens net zo betrokken als de lucht boven ons. Het kwik in de stemmingsbarometer bleek een diepterecord te hebben bereikt en met man en macht probeerde ik ons humeur wat op te krikken. Maar K. zag het niet meer zitten en stelde voor om maar door te rijden naar Zuid Frankrijk, zich daarbij niet realiserend dat we dan nog 10 uur in de auto moesten zitten en pas om drie uur ’s nachts zouden aankomen.
Na dit idee dus maar lachend te hebben afgeserveerd probeerde ik de spirit wat terug te halen door vertwijfeld uit te roepen: “We zijn toch niet van suiker gemaakt?” Bij mijn vader werkte deze opmerking vroeger altijd perfect, maar eerlijk gezegd zag ik er zelf ook enigszins tegenop op straks samen met K. de tent in de regen op te moeten zetten. De ervaring leert namelijk dat zoiets een grote aanslag op je relatie kan betekenen, met als mogelijk triest gevolg dat je er dagen daarna nog steeds niet aan toe bent om de communicatie met elkaar te hervatten.
Die 10 uur door rijden naar Zuid Frankrijk leek dus bijna een betere optie, maar toch reden we maar door, totdat we het terrein van camping La Pature in Yport opreden. Daar, tussen de bomen lag het perfecte kampeerplekje. Ver weg van alle andere tenten en met de toiletten op loopafstand. Terwijl de vriendelijke campingbaas ons welkom heette, hield het opeens op met regenen.
Ook bij K. brak het zonnetje weer door en binnen no time zaten we voor onze tent. Onze handen warmend aan een beker hete oploskoffie.

Labels:

zaterdag, augustus 25, 2007

Rustig hier he?
















Weekje niets geschreven.Dat komt omdat we even aan het kamperen waren in Frankrijk. Voor foto's kijk hier of hier.
Later meer schrijfsels hierover.

Labels:

zondag, april 08, 2007

Hakduivel

Aan het eind van onze lentevakantie reden we helemaal naar Heidelberg. Bij het horen van de naam van deze plaats gingen bij mij veel protestants christelijke belletjes rinkelen, maar onze gastvrouw (de ex collega van de broer van K. die we hier ontmoetten) keek me niets begrijpend aan toen ik dit naar voren bracht. Nu kan dat wat te maken hebben met het feit dat ik het over Maarten Luther had en zijn stellingen die hij ergens op een deur spijkerde. Iets wat helemaal niet in Heidelberg had plaatsgevonden maar in Wittenberg, iets wat ik me later bedacht. Maar die catechismus die ik als jongetje in mijn hoofd moest stampen, kwam natuurlijk wel uit Heidelberg. Enige sporen daarvan vond ik overigens niet terug in dit stadje en aan de gastvrouw durfde ik het eigenlijk ook niet meer te vragen want die bleek niet echt op de hoogte van religie of kerkgeschiedenis. Van Maarten Luther had ze bijvoorbeeld al nooit gehoord. (“Meinen Sie Martin Luther King?)
Van de duivel wist ze daarentegen al wat meer, tenminste van de “Hackteufel”, dat was namelijk de naam van het indrukwekkende hotel waar ze ons in gestopt had. Wat een hackteufel precies was wist ze weer niet. “Zit er misschien een of ander verhaal achter?”, probeerde ik nog, hopend op een of ander bizar verhaal, vol van angstig streekgebonden bijgeloof, maar ook hiermee kon ze me niet helpen. Ze had meer verstand van techniek. Als afgestudeerd engineer had ze een half jaar stage gelopen in Amerika, in het bedrijf van de broer van K. In die tijd had ze blijkbaar weinig tijd besteed aan het onder de knie krijgen van de taal, want de engelse woorden kreeg ze met moeite uit haar mond geperst. Met vertrokken gezicht spuugde ze de gemankeerde zinnen er op z’n Arnold Schwarzeneggers uit. De eerste kennismaking, op het balkon van onze suite verliep dus enigszins stroef. Met al ons beschikbare geduld luisterden we naar haar uitgerekte monoloog die werd onderbroken door lange stiltes waarin ze met haar ogen naar boven gericht de hemel om raad leek te vragen. Helaas leken de woorden uiteindelijk ingegeven door het smeedijzeren hakduiveltje op het dak van het hotel, want af en toe begrepen we er niets van. Gelukkig gaf ze door haar eigen schaterlach aan wanneer haar verhaal grappig was zodat we instemmend met haar mee konden lachen, want hoe vervelend deze jongedame af en toe ook was (zo was ze een fervent tri-atleet en had voor de dag daarop een speciale berg-op-berg-af strafexpeditie door Heidelberg voor ons georganiseerd) we wilden onze gastvrouw natuurlijk niet beledigen.
Daarbij had ze toch maar eventjes de twee mooiste kamers van het hotel voor ons geregeld. Kamer 8, met balkon en zicht op het kasteel. Zeer aan te bevelen als u ooit nog een keer van plan bent om Heidelberg te bezoeken.

Meer foto’s op Flickr. Zie balkje rechtsonder

Labels:

donderdag, april 05, 2007

Karma op?

Op dag vier van de vakantie moet ik helaas constateren dat niet alles van een leien dakje loopt. Eigenlijk is dat nogal een understatement. Dat we achtervolgd worden door rampspoed klinkt misschien wat overdreven, maar stroef loopt het allemaal wel. Wat hiervan de oorzaak is mag Joost weten. Hadden we de afgelopen weken misschien al onze karmapunten verspeeld?
Eerst gaf de Clio de pijp aan Maarten. Vandaag hoorde ik van Autohaus Bernds dat zij me eigenlijk niet verder konden (of wilden) helpen met de auto naar de verschrotter of de abwrecker te slepen (ben er nog steeds niet achter wat de doorsnee Duitser gebruikt voor: sloper). Vervolgens kostte het me een uur totdat ik, met behulp van ongeveer alle Duitse woorden die ik nog op mijn persoonlijke harde schijf kon vinden, een bedrijf kon vinden die het klusje wel wilde klaren.
Naast de auto hadden we nog wat andere problemen. Nichtje A. was vanaf dag 1 van de vakantie niet lekker en gisteren, toen we Amsterdam bezochten was de koek aan het eind van de dag definitief op. Haar keelpijn zorgde ervoor dat ze bijna geen woord meer uit kon brengen. Met tranen in haar ogen zat ze op de achterbank van onze gehuurde Opel Astra. Dus besloten we maar naar huis te gaan. Iets wat in principe niet zo moeilijk was geweest als ik mijn parkeerkaartje niet ergens op de grond had laten vallen. Half in paniek doorzochten we onze tassen en zakken, waar we alleen maar oude strippenkaarten en snoeppapiertjes vonden. Verslagen liep ik uiteindelijk maar naar de beheerder. Klaar om mijn straf van 45 euro te betalen. Gelukkig had iemand ons kaartje gevonden en naar de persoon in kwestie gebracht. Goed voor minstens 50 karmapunten voor de eerlijke vinder. Iets wat het jongetje dat door moest gaan voor “beheerder” wel op zijn buik kon schrijven. Eerst vond hij het nodig mij de les te lezen (“Dat had u normaal heel veel geld gekost meneer!”) en vervolgens liet hij me nog bijna opdraaien voor de tijd die het me gekost had (drie vijftig!) om naar mijn kaartje te zoeken. Op mijn vraag of ik toch de garage uit mocht zei hij uiteindelijk, met enige tegenzin: “vooruit dan maar”. Snotneus!
Thuis belden we maar even de dokter. De dienstdoende assistent vond de klachten (keelpijn en koorts) nog niet erg genoeg om nichtje A. maar even langs te laten komen op spreekuur. “Als het over zeven dagen nog niet over is, kom dan maar eens terug”, zei ze, de Amerikanen, gewend aan een betere service, in verbazing achterlatend.
Thuis was zelfs Tricky niet helemaal haar zelf en werkte zo niet mee om de vakantie een succes te maken. Blazend en krabbend vocht ze meerdere malen haar weg uit de armen van degenen die haar eens gezellig op wilde tillen.
Gelukkig houden we onze rug recht en genieten van alle momenten die wél goed gaan, zoals vanmiddag, lekker in de zon, kratje bier erbij….

Labels:

maandag, april 02, 2007

Groeten uit Dinslaken

Leek zaterdag nog te hectisch, vergeleken bij Zondag was het niets!
Tot aan de avond leek het goed te gaan. Zo werden we s’ochtends, voor het krieken van de dag (6 uur) wakker in ons vliegveld hotel om K’s broer en nichtje op te halen. Natuurlijk reden we eerst naar terminal 1, in plaats van terminal 2, maar inmiddels wisten we ons hoofd koel te houden bij dit soort misverstandjes.
Na de familie in onze Clio te hebben gepropt reden we in 1 keer naar het centrum van Frankfurt. Daar had de broer van K. namelijk met een oud collega afgesproken die nu in Duitsland woonde. In het geverfde huis zouden we daarmee de lunch nuttigen. De drie uur die we nog moesten overbruggen liepen we wat door de ontwakende stad en uiteindelijk dronken we koffie in een modern aandoend cafe, waar we onszelf nog voor schut zetten door per ongeluk het pand te verlaten zonder te betalen. De serveerster die ons achterna kwam rennen werd toen maar afgekocht met een vette tip. Misschien was dit een voorbode geweest voor de rest van het onheil dat ons nog te wachten stond. Na de lunch besloten we koers te zetten richting Zwolle. Een reis die misschien wel 5 uur zou duren, maar 140 kilometer per uur is toegestaan op de Duitse wegen, dus bij Oberhausen leek ik de reis zowaar in 4 uur te gaan klaren. Totdat onze trouwe Clio besloot de pijp maar aan Maarten te geven. Bij gemeente Dinslaken, een krap uurtje voor de grens steeg de temperatuur in de motor tot angstaanjagende hoogte en flarden rook of stoom kwamen onder de motorkap vandaan.
Was dit al vervelend, nog vervelender was dat mijn verzekering vorig jaar de pech hulp in het buitenland had afgestoten en ik vergeten was dit weer onder te brengen bij een ander. De ANWB verwees me dus maar naar het Duitse broertje, de ADAC, die eenmaal ter plaatse weinig anders kon doen dan me de weg te wijzen naar de Renault garage. Daar aangekomen leken we toch een klein flintertje geluk te hebben . De garage was namelijk open, wegens een autoshow en dat op een zondag! De vriendelijke dealer was gelukkig niet te beroerd om een autoverhuur service te bellen en de Clio kon ik daar gewoon laten staan. Die kon daar wel gerepareerd worden.
Dus wachtten we daar op het industrie terrein van Dinslaken in het schemerdonker nog maar een uurtje totdat onze auto werd afgeleverd. De garagemensen waren inmiddels naar huis en K’s nichtje zat op de achterbank van de Clio in haar dagboek te schrijven. Ik was erg benieuwd wat ze schreef: “European vacation day one. Dear diary, we’re stuck in a place called Dinslaken. Get me out of here!”

Labels:

zaterdag, maart 31, 2007

Michael?

Aan het eind van onze tweede dag in Duitsland moeten we vaststellen dat deze het stempel “te hectisch” mee gaat krijgen. Wandelen in Keulen op een zonnige Zaterdag, als de halve stad zich door de winkelstraten heen wurmt, valt beslist af te raden. Daarna proberen om zonder kaart (de uitgeprinte routeplanner bleek namelijk waardeloos) de stad te verlaten op zoek naar de snelweg naar Frankfurt, is iets dat je alleen moet doen als je beschikt over een nogal masochistische inslag. Het kostte ons in ieder geval een uur en daarbij al onze energie om niet in woede uit te barsten over bijvoorbeeld de Duitse bewegwijzering, de kaartleeskunst van de bijrijder, of iets willekeurig anders, waar we onze frustratie op konden botvieren.
Uiteindelijk er achter komen dat de internetverbinding op de hotelkamer weer niet gratis is kan er dan ook nog wel bij.
Toch waren er ook wat kleine hoogtepuntjes, zoals:
- Het eerste glas Lassie dat ik ooit gedronken heb. De meest mensen zullen bij “Lassie” denken aan toverrijst, of aan dat beest dat hard tegen je staat te blaffen als er verderop iemand met zijn been in een berenklem ligt.
Op een terras in Keulen was een glas Lassie een soort groene yoghurt drink met blaadjes er in. Munt of zo. Erg lekker in ieder geval.
- Het feit dat ik me eigenlijk prima in het Duits kan redden. Drie talen afwisselen (Engels tegen K., Nederlands in mijn eigen hoofd en Duits tegen de receptioniste) kan er af en toe wel voor zorgen dat ik soms erg onverwachts overschakel op een andere taal. De verwarring in de ogen van de ander is dan vaak erg grappig.
- De Clio die onbeschadigd leek, toen ik er voor de eerste keer in mijn autorij carriere iets mee raakte. Het ijzeren paaltje bij het hotel gaf gewoon mee toen ik er met mijn polyester bumper tegen aan reed. Clio rules!
- De satelliet t.v. waar het hotel in Frankfurt over lijkt te beschikken. Moeiteloos schakelen we over van Syrische t.v., waar mannen in grote witte jurken minuten lang staan rond te draaien, naar Griekse t.v. waar een dikke nichterige versie van Michael Jackson het publiek in vervoering krijgt. Priceless!

Labels:

vrijdag, maart 30, 2007

Rode kool met appeltjes

Pas laat in de avond begon de lucht een beetje op te klaren, tenminste in ons gemoed. Eerder die ochtend vervloekten we onszelf nog over het feit dat we zo stom waren om een dag eerder naar Duitsland te vertrekken om het altijd spannende Keulen te verkennen. Een paar weken geleden leek dat namelijk nog een erg goed idee, even een dagje samen uit, voordat we de familie uit the States van het vliegveld in Frankfurt zouden ophalen. Maar na een hele week grondig ons huis te hebben schoongemaakt, om een goede indruk te kunnen maken, waren we zo afgemat dat we eigenlijk heel erg toe waren aan een avondje languit op de bank. Maar het hotel was al geboekt. Daarbij meenden we ook een bepaald patroon te ontdekken in ons vakantie gedrag. De voorpret was altijd erg leuk, maar als de dag daadwerkelijk aanbrak leek het alsof er een vervelend klusje geklaard diende te worden.
Met die kennis en de wetenschap dat het in het verleden, na de nodige opstart problemen toch altijd weer leuk werd, gaven we onszelf de broodnodige schop de auto in.
Eenmaal in Duitsland stopten we bij het eerste tankstation dat we tegenkwamen. Dit was onderhand al een soort ritueel geworden. In het buitenland moesten eerst de exotische snacks uitgecheckt worden. Aan de hand van de beschikbare etenswaren kon namelijk al een hoop geleerd worden over de landsaard. Aan het broodje frikadel dat we bestelden konden we bijvoorbeeld al afleiden dat de Duitser dom is. Een frikadel ziet er namelijk niet uit als een gehaktbal, maar als een worst. Dat weet iedereen.
Terug in de auto aten we broodje frikadelbal toch maar op en zetten we koers richting domstad. Daar reden we maar 1 keer fout en hoefden we dus maar 1 keer ruzie te maken. Dat viel weer mee. Iets dat we niet konden zeggen over het hotel. Vergeleken met de plaatjes van de hotelkamers op hun site, viel de realiteit namelijk wat tegen.. Daarbij moesten we ook nog eens 10 euro voor de beschikbare Wifi betalen. Uitzuigers! Ons humeur begon er bijna een beetje onder te leiden.
Gelukkig kregen we op een verwarmd terras aan de Rijn wat troostvoedsel geserveerd. De Keulse specialiteit bleek draadjesvlees met rode kool met appeltjes. Precies zoals vroeger bij oma thuis en hier konden we het ook nog eens met Keuls bier wegspoelen.
Zo werd het uiteindelijk toch nog gezellig.

Labels:


 

 Subscribe in a reader