zaterdag, juni 14, 2008

Wandelen met Bee

Met je beste vrienden, die niet direct dichtbij wonen, moet je minstens een paar keer per jaar even afspreken voor een goed gesprek. E-mail contact, Hyven of chatten is prima, maar elkaar in levende lijve zien is essentieel voor een goede vriendschap. Dus spraken Bee en ik met elkaar af voor een stevige wandeling op de hei, want de beste gesprekken heb je als je ergens mee bezig bent, het liefst met een monotone klus zoals behangen of gewoon lopen.
Nu is Bee, naast een vrouwelijke vrouw ook een stoer wijf. Zo eentje die met haar wortels in de Zeeuwse klei, als kind al een gezonde dosis onverzettelijkheid door haar aderen had vloeien. Zo’n eigenheimer die bij Ren je Rot in plaats van bij haar klasgenoten, in haar eentje in een vak ging staan en dan gewoon kon doorlopen naar de ballenbak.
Bij zo iemand ga je niet lopen klagen als ze je in gestrekte draf over het Dwingelderveld laat marcheren. Als ze dan met een lichte twinkeling in de ogen vraagt of ze niet te snel loopt, want “volgens mij hoorde ik je wat hijgen” , dan ontken je gewoon. “Ik, hijgen? Echt niet!”. Want voordat je het weet geraak je in die vervelende discussie over wie nou het sterke en het zwakke geslacht is.
Na een speedmars van 3 uur leek afgelopen vrijdag het einde in zicht. Half kreupel strompelde ik achter Bee aan naar de blauwe Volvo die ergens bij het theehuis zou moeten staan. Na een uur de hele omgeving van het theehuis te hebben uitgekamd hadden we de Zweedse middenklasser nog niet gevonden. Zou Bee dan toch gewoon zo’n vrouw zijn zoals mijn eigen vrouw? Zo eentje zonder richtingsgevoel, die altijd links gaat als het rechts is? In dat geval, waarom liep ik dan in vredesnaam de hele tijd als een kreupel, mak lammetje achter haar aan? Het antwoord op deze vraag zal Bee met alle plezier even inkoppen: omdat je als man de vrouw natuurlijk gewoon moet gehoorzamen. Ook als is het je eigen vrouw niet en ook al laat ze je uren door het bos dwalen op zoek naar een blauwe Volvo.
Als je dan eindelijk in de auto zit, op weg naar het station en Bee vrolijk in een appeltje happend vertelt dat ze de dag daarop vier Engelse mijlen gaat rennen dan vraag je in je eerstvolgende stukje op je blog natuurlijk gewoon: “Volgende keer weer? Maar dan natuurlijk niet zo’n kort stukje he!”

Labels:

maandag, november 19, 2007

Niets veranderd

En weer was er eigenlijk niets veranderd. Terwijl er sinds onze laatste ontmoeting toch zo’n tien jaar verstreken waren. Hij zou me ophalen van het station, oude vriend en huisgenoot W.
Ik speurde de stationshal af en zag een lange man van middelbare leeftijd staan. Iemand met een snor. Hij leek een beetje op Jan, van Jan, Jans en de kinderen. “Dat zal hem toch niet zijn?”, dacht ik verschrikt. Maar bij het kruisen van de blikken verscheen er geen herkenning op zijn gezicht. Opgelucht liep ik verder naar buiten. Nog steeds geen W. Totdat ik iemand in de verte als een malloot zag zwaaien. Onmiskenbaar W. Hetzelfde jonge honden gedrag en geen steek veranderd. Hoe is het mogelijk dat je iemand tien jaar niet ziet en dat ie er nog steeds hetzelfde uit ziet? Goed smeren met Oil of Olaz? In W.’s geval was het waarschijnlijk zijn positieve insteek en de onbevangenheid waarmee hij het leven tegemoet treedt.
Tijdens de avond, opgeleukt met goed eten en bier, leek het alsof we elkaar vorige week nog gezien hadden, alsof er geen trouwerijen waren geweest en geen kinderen waren geboren.
Dezelfde diepe gesprekken en dezelfde flauwe grappen tegen de serveerster. De tien tussenliggende jaren leken te zijn verdwenen, opgelost in het niets.

Labels:


 

 Subscribe in a reader