maandag, april 18, 2005

Oude doos (de huisgenoten) deel 2.

Nadat E.(de dubbel datende huisgenoot uit deel 1) uit huize Bordelaise vertrokken was, regelde LeBrat een nieuwe huisgenoot. H.J. was een klasgenoot/vriend van LeBrat en voelde er wel voor om bij ons in te trekken. Ik vond alles best, had daarbij nog niet veel in te brengen, dus trok H.J. bij ons in.
H.J. kwam uit Groningen, maar had qua uiterlijk niets van de uit-de-klei-getrokken kenmerken die mensen uit die provincie soms hebben. Hij had eigenlijk het uiterlijk van een ideale schoonzoon. Door de weeks verbleef H.J. gewoon bij ons op de flat, maar de weekends bracht hij door met zijn niet onaantrekkelijke vriendin B.
Toch was het gelijkmatige karakter en het verzorgde uiterlijk slechts een zorgvuldig opbouwde facade. Op maandag, na schooltijd was het alsof hij met zijn jas ook zijn keurige imago op de kapstok hing. H.J. was zo iemand die erg kon lachen om zijn eigen lichaamsfunkties. Bij elke scheet of boer barstte hij in lachen uit, alsof er iemand een erg goede mop had verteld. Dit kon hij vervolgens de hele avond volhouden. De meeste mensen kennen de grap wel, na 1 of 2 keer vertellen, maar hij kon er geen genoeg van krijgen. Naast de enkele boer, kon hij trouwens ook hele woorden en zinnen boeren. Zijn specialiteit was de folder van de pizzeria. Al boerend las hij de folder voor. De Quattro Stagioni, de Pepperoni, hij draaide zijn hand er niet voor om. Zijn favoriete type was de Boromea, want die boerde zo lekker weg.
Dat niet alleen wij konden genieten van H.J.'s boerkunsten, maar dat ook de rest van de flat getuige was van zijn boerconcerten bleek wel toen we onze onderbuurvrouw een keer tegenkwamen in het trappenhuis. Deze onderbuurvrouw was al niet echt een van onze beste vrienden. Regelmatig kwam ze aan de deur klagen, als we weer eens een feestje hadden of als de muziek te hard aanstond. Om haar geklaag nog eens extra kracht bij te zetten sleepte ze daarbij haar dochtertje mee naar boven. Het arme kind hing dan al slapende aan haar arm, waarmee haar opmerking: "Erica kan niet slapen van jullie herrie" niet al te geloofwaardig overkwam.
Toch was haar klacht, die dag dat we haar in het trappenhuis tegenkwamen, eens een keer wat anders. "Wie is het, die bij jullie altijd zo loopt te burken?" vroeg ze.
Van enige schaamte van H.J.'s kant was geen sprake. Eerder trots, dat hij zo'n volume had bereikt dat zelfs de buren het konden horen.

1 Comments:

Een reactie posten

<< Home


 

 Subscribe in a reader